Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 668
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Altera).
234
dogma moet men eigenlijk Eeuwige Wezen Gods absoluut dit leerstuk zijn ontstaan, hebben
geen enkele menschelijke factor zich mengt. afzien
van
denken
;
hun
hierin
In dit
het
zich
in
oorsprong, dat men, denkende aan
tegelijkertijd het menschelijke
de Trinitas hebben wij
Bij
en
y.'.Tij.::
en de groote verwarringen, die
ook
dan
den
geheel
en den kótuoc,
op God wilde overbrengen. te doen met het Eeuwige Wezen,
van den
bestaande, onafhankelijk
God
zichzelven
in
en dies moet het ook geheel los en
yArruoc,
onafhankelijk daarvan worden ingedacht. 1.
Om
nu
denkbeeld eenigszins
dit
men van oudsher
heeft
het
in
eene vaste terminologie te fixeeren,
in
Wezen Gods onderscheiden
óeessentieele en de notionale werkingen.
A. B.
beweren
Wij
dat
niet,
die
woorden door
zwang gekomen
ze gelijk ze in
zijn,
juistheid uitmunten,
maar geven
opdat men, wanneer men ze ergens ont-
ontmoet, ze aanstonds zou herkennen.
Wat A.
nu het verschil tusschen beide ?
is
God
1.
mensch
ren, in dien
dan
vangen,
Wanneer nu
liefde.
is
die liefde in
scheppen en op die wereld naar
te
KÓTfiOi;
het
voorwerp
zijn
zijner liefde te
gaat er van het Goddelijk
God
er toe leidt
om
een
beeld den mensch te formee-
vinden en wederliefde
Wezen eene werking
te ont-
naar buiten
uit,
eene werking die creaturen schept en zich met creaturen bezighoudt.
Die werkingen noemt men essentieele werkingen. Essentieel a parte hominis, omdat
zij
voor ons de essentieele openbaring
is
dan bedoeld
zijn
van Gods
almacht, heiligheid, gerechtigheid en liefde. 2.
dat
Die essentieele werkingen nu hebben
niemand
Wanneer krachtens alle
Bij
niets
eene
zijne
dragen
3.
of
Hij
zij
buiten
wereld
vrijmacht. het karakter
God Hem
dit karakter,
verplicht
om
dat die
zij
vnyzijn, d. w. z.
werkingen
te
doen.
schept en den mensch formeert, dan doet Hij
Zoo van
is
vrij
het
met
dit
werkingen Gods,
alle essentieele
en vrijmachtig.
den locus de Sancta Trinitate moeten wij van deze essentieele wer-
kingen volkomen afzien en ze wegdenken als niet bestaande
ons inzicht
mysterie te verhelderen, ons terugdenken
dit
in
vóór de schepping,
ja
vóór het Raadsbesluit
tot
;
in
de schepping,
wij moeten,
om
de eeuwigheid, in
het
Eeuwige
wezen Gods, Tpo k-/.tx/3s?:7,^ kzo-juoi/. Wanneer wij nu dat doen, en wij vragen ons dan af, of er, afgescheiden van den y.iT/u.:^ en wat er in is, in het Eeuwige Wezen, op zichzelf genomen, alleen
neen,
bij
—
actu s p
zichzelven bestaande en zichzelven bekend, werkingen
dan u r
i
antwoordt s s
i
ni
u s".
de
kerk
met
de belijdenis daarop:
zijn, ja
dan
„Est Deus
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's