Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 611
college-dictaat van een der studenten
Hoofdstuk
De
UI.
TOÏ/TO b TTXTrip fit kyxTOLj CTi lytx)
Aix oiiSug
oCipit
<xiiTr,v
ytou
TTxrpóc
x'jTry kyr'
s^ournxv
TiB-yjfx,t
h.Tc'
177
tweede Persoon.
t/,v \-jyJr;j yt.yj^
ri^t]yii cf.lr)jj
'>'vx
Trk'Atv Aa/?oü xiTr,v.
i^oo(rixv
ïfjLxuroij'
ey^jj)
B-Z'uxi
Txim]-j Trv hroky^y ïkxfioy Tzxpx rdü
ttxXiv Axfiiiv <xiTr,v
ëy^j)
De
B.
yLOit.
Heere
men deze woorden
dat
zeide,
hier
Hij
Gods
om
de verplichting
desgevorderd
voor het vaderland of voor het
Wel
zou
bijzonders
iets
;
noodig was
zijn
leven
ieder staat onder
want immers
zijn,
leven te geven voor de zaak des Heeren,
zijn
van zijnen naaste.
heil
het
als het
maar die opvatting heeft geene de minste
zou toch niets bijzonders
daarin
;
doffen zin, alsof de
matten,
in
de macht bezat om
offeren voor de zake
te
kracht
lyd
b.K'A
i/xo'j,
Gewoonlijk verklaart
op
Personen enz.
drie
dat wij verloren
leven
het
wij
indien
zijn
hadden, konden terugnemen, maar wat zou het voor ons, wat zou het voor den Christus beteekenen, indien deze woorden moesten verstaan in den zin :
vermogen mijn leven
„Ik bezit het zedelijk
dan
Zie
hun
overgingen
te
sparen indien
zullen
den
tot
Islam,
en,
maar ook, gansche scharen te worden
dan Muzelman
Ook die
den
in
zedelijke
is
't
zien
we
den
slag
terug,
om
aandrift
de Turken boden
;
hun geloof wilden verloochenen en
waar, velen verzaakten hunne belijdenis,
hoofd voor de voeten leggen, liever
hen bestond dus ook die zedelijke macht.
oorlog uit
zij
lieten zich het bij
;
keeren
velen
leggen" ?
op die vervolgde Armenische Christenen
eens
hen
aan
af te
geschieden, en nog veel sterker, want,
dit
ja,
toch, allen wijdden zich ten doode,
maar
het leven te laten voor het vaderland bezaten allen
die uittrokken.
De Heere leven
af
beschikking en
kan
dat
zegt
Jezus
;
kan
Hij
ook
dan
maar dat
leggen,
te
verklaren
heeft
Hem
geen der stervelingen
':^:-jG-ix,
kan
„Ik
:
macht
niet dat Hij zedelijke
Hij
d.
i.
heeft
om
met mijn leven doen wat nazeggen.
zijn
potestas, rechtvaardige Ik wil"
heeft metaphysische
Hij
macht, en die bezit geen mensch. Dit bezit
om eene
geldt
ook van de macht
ook niemand lichaam
en
ziel
Goddelijke
om
het leven
die potestas metaphysica
;
elkaar
uit
potestas,
die
weer op
om
te
halen en weer
te
hier
te
nemen
;
die
beschikken over in
elkaar te zetten,
aan het subiect dat
in
macht
zijn leven,
Christus
is
is
dus
wordt
toegekend.
Dat recht van beschikking over deze aan
den
van
andere
Christus
toegekend wat
creaturen
;
Hij
heeft
Hem
macht
het leven aan anderen te ontnemen,
vitae
zijn
;
Hij beschikt
om
maar dat
Ook wordt aan Hem toegekend de elementa
tijdelijke existentie
over
wordt
niet alleen
zelven betreft, maar ook ten opzichte
de dooden levend
beschikking over licht,
te
maken, en
niet alleen. al
die elementen, die
waarheid, leven, genade, eeuwig
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's