Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 787

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 787

college-dictaat van een der studenten

2 minuten leestijd

Hoofddeel

Men

V.

§

De natura

4.

kan verstaan, dat dan ook bijna

alle

philosophen, die hierover nadach-

de conclusie kwamen, dat de wereld eeuwig moest wezen, omdat,

ten, tot

de geschapen wereld

niet

als

een desideratum necessarium voor de eere Gods, door

is

de Schepping eerst die eere zou komen.

ook

97

decreti.

geschapen, en zoo raakt men

kunnen de philosophen,

nu de kosmos eeuwig, dan

verder

waarheid

de

die

Is

al

in

de moeilijkheden

;

is

zij

daarom

der Heilige Schrift niet erkennen,

nooit tot eene oplossing komen.

hoever

In

de wereld kon scheppen, behoort het dan

af

kunnen ?

tot Zijn zelfbesef, dat Hij toont het te

gemakkelijk aan

Denk

een

u

toonen, dat die vraag

zeer

man,

sterk

om

ook zonder

doen heeft

heeft

;

het besef te hebben, dat iets te

Uit ons menschelijk leven

hij

bijv.

hij

20 mannen

nu noodig zich met die allen

hij

daartoe

het besef, dat

hij

is

moet worden beantwoord.

o/2fA:e/7^7e«rf

die het besef heeft, dat

tegen den grond kan werpen

meten

te

te

datgene

doen ?

te

Wanneer God van eeuwigheid

tegelijk

om

het nu voor het bewustzijn van zijne eer noodig

is

wat men kan, ook

Neen immers

in staat is ?

het kan.

hij

Zoo is het met ieder in het gewone leven. Zoo men alleen in eene kamer klein kind, dan gevoelt men dit kind gemakkelijk meester te is met een kunnen worden, maar is het nu daarom noodig te toonen, dat men het kan ? Wanneer iemand ons tart, dan is er bij ons wel het besef, dat wij hem zouden kunnen vergiftigen, maar dat besef komt niet eerst in ons op door het doen.

te

Met geestelijke hoedanigheden is het ook zoo als men Latijn kent, men toch niet in een gezelschap van dames Latijn gaan spreken om ;

zelfbesef te hebben, dat

Hoe hooger toonen

om te

;

het

bijv.

;

kent

die taal verstaat

Jongens op

uiten. is

hoe

is,

om

minder drang er bestaat

moeten

straat

het te

dit

ook

in

machten

groote

maar behoeft nu

leger,

zijn

zien

niet

is

hun kracht toonen door

altijd

men ouder geworden dan doet men

kunnen

Wij

men

krachtsbesef

zwakker daarentegen het krachtsbesef, hoe sterker de drang

hoe te

vechten

het

zal

het

dit

niet

meer

!

de Keizer van Duitschland

:

een oorlog

uit te

lokken

die

twijfelen

om

het

besef te krijgen, dat zijn leger vechten kan.

Zóo gaat voldoende

het

't

kracht

mogendheden,

geheele

die zich van

Wij hebben dus, dat is

om

:

het te openbaren,

de mogelijkheid

is

door

leven

vechten

bezitten,

;

kleine

staten,

voortdurend

hunne kracht bewust

met elkaar,

maar ook

gegeven

:

is,

dit

te

doen, ons gegeven

maar ook laten kunnen.

zij

niet.

hoe minder ie drang

dat de zedelijke ordinantie ook

om kwaad

dat wij het niet moeten doen,

doen

zijn,

hoe hooger het krachtsbesef

of

maar groote

is

om

waar ons te

toonen,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 787

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's