Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 673
college-dictaat van een der studenten
Caput
De Medfatoris Persona. § 4. De Messias onder het
III.
Zoo gaat het voort, totdat wij eindelijk noemd de „zachtmoedigen" of „degenen, knechten
Gods",
125
massa individuen, ge-
krijgen een die
O. Verbond.
God vreezen"
of „de lijdende
aanduidingen van de vromen, aan wie steeds weer die
alle
üxvw vervuld wordt. Daarna gaat wordt
uit
het over in de geslachten en familiën
Kanaan
des lijdens vervult, komt het
komt het
Eindelijk
onder de
blootgesteld,
het
tot
En nu komt
De
voortdurend aan
het
is
jeacvwv
tot heerlijkheid.
volk Israël zelf; het gaat als volk
in het
Richteren
tijdens
de woestijn:
in
en gevaar van ondergang
lijden
Davids en Salomo's regeering
Zoo werd aan
zijne heerlijkheid.
het geslacht van Israël
;
Egypte onder het juk gebracht en door dat het den
in
als volk inging in
het volk de kxv'^v vervuld.
het in de resumptie des volks, dat zijn zijne edelen en hoofden.
wordt vermoord door Doeg; David vervolgd door Saul; de profeten door Achab; gedurig worden ons in de Koningen en Kronieken niet de enkele priester
maar de ambtsdragers geteekend, aan wie de >cxj/w> vervuld wordt. Eindelijk komt de onderrichting, dat ook dat niet alles is; dan komt er op eens weer verandering. Het volk gaat weg naar Babel en slechts een klein personen,
hoopje ellendige ballingen keert
En nu komt heel het O. T.
;
ten
slotte
van
alles
later terug.
het
op
hoofd van het lichaam
deze ideëel-profetische
aan wien ook moet vervuld het „door
lijn
en de resumptie van
;
en dat
;
de Messias,
is
lijden tot heerlijkheid."
En nu hokt het. Het O. T. is uit het moest eindigen het gordijn valt, tot komt en dat nu toont hoe aan Hem, niet voor Hem zelf, maar voor ;
het N. T. zijn
;
;
volk,
werkelijkheid vervuld wordt
in
moest
en alzoo
in
lezen wij het verhaal van de ontmoeting, die Hagar
in
:
het „Hij
lijden
zijne heerlijkheid ingaan".
De Theophanieën. Gen 16 7—13
In
:
had
de woestijn
Maar VS.
met
terwijl hier
10 zegt
:
den
eenvoudig sprake
„Ik zal
uw
Nu
nin^ "IX^Ois
is
^ii^^
een
van een engel, kan hetgeen de Engel
zaad grootelijks vermenigvuldigen"
gezegd worden, omdat een engel geen procreatieve kracht niet
dat
„God
zegt:
deze
zal
uw
zaad vermenigvuldigen", maar:
engel zich zelf als
naam des Heeren,
die
engel of een bode.
tot
God haar
Ook
stelt.
sprak:
Gij
uit
niet
heeft.
„Ik",
vers 13 „en
God
des
door een engel
Waar de
daar
engel
blijkt dus,
noemde den
zij
aanziens!"
blijkt
dat
Hagar gesproken heeft. Het is duidelijk, dat in deze verzen de „engel des Heeren" de Scheppende God zelf is. Wij hebben hier te doen met
Jehova
zelf tot
eene Theophanie of liever met eene angelophanie, waarin eene Theo- of Christophanie is.
Gen. 18
:
1
lezen wij dat Jehova aan
mannen tegenover hem stonden. lU
God
Abram verscheen en verschijnt
hier
in
vs.
zoo, dat
2 dat drie
Abram 43
drie
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's