Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 362
college-dictaat van een der studenten
LoCus DE Deo (Pars Prima).
344
een geheime werk- of schatkamer, waar de verborgen dingen
daarachter
en
En nu wordt
geschieden, de nieren.
twee eerste afdeelingen toegang
hier gezegd, dat
maar dat
heeft,
Hij
God
niet alleen tot die
ook de verborgen verschijn-
selen van die achterkamer der nieren waarneemt.
Men
drage
De
weren.
man
maar dan
niet,
van het Goddelijk wezen
moet rechtstreeks met de omnipraesentia
God dien God er nog
man weer
is
God
man binnenkomt, en dan is Daarom vallen voor God ook alle geleiddraden
er als die
weggegaan.
is
Wij hebben de geleiddraden noodig voor verren afstand,
weg.
af te
verband
in
Als iemand in zijne nierenkamer wegsluipt, dan volgt
gezet worden.
als die
alles zorg, alle distantie
dit
bij
omniscientia
sympathische gemeenschap,
bijv.
tenzij bij sterke
schokkende gebeurtenissen, waarbij wij
bij
ook zonder geleiddraden eene actie in het leven zien geroepen. Maar voor God Dit is het als den Omnipraesente valt alle afstand, en dus alle orgaan, weg.
nauw verbqnd waarop Ik
b.
kom nu
werd
zoo
in
den
139^^^'^
tot
psalm tusschen omnipraesentia en omniscientia,
De omniscientia
wij vroeger wezen.
rust
op de omnipraesentia.
de onderscheiding, hierboven reeds genoemd.
Er
is in
God,
van oudsher terecht geleeraard, te onderscheiden tusschen tweeërlei
of de scientia visionis. Bij deze laatste aan „visioen", maar aan hetgeen hierboven gezegd
scientia, nl. de necessaria, en de libera
benaming denke men is
niet
omtrent het gebruik van „oog" en „zien" voor het weten Gods.
De
scientia necessaria
die wetenschap, die voor
is
God
rust in zijn eeuwig
besluit, in zijn verborgen raad, in het decreet van zijn welbehagen,
aanvangen en beginselen uitgedragen opgelegd, maar zijn heilig oog.
want niet
is
Hemzelf voortgekomen.
uit
Dat
is
is
onver-
aan
af
God
eeuwig praesent voor
niet zoo, dat Hij er
van
af
zou willen
Daarom
eeuwig welbehagen.
scientia, stringente noodzakelijkheid.
Stel, dat wij
God konden
God
oogenblik
buiten
Daarom
van die wereld afweten. Daartegenover staat
op
uit
der historie.
kan
het
Dit besluit
van buiten
wijkt Hij
oogenblik buiten dat besluit. Het besluit is ook niet buiten God te Het besluit is de besluitende God. Elke voorstelling, die het Hier is, en vandaar de van God afzondert, is anthropomorphistisch
naam dezer
in
Hem
besluit bindt
En
niet
éen
besluit
niet
de schepping.
Het wierd
juist in dat besluit heeft Hij zijn
denken.
een
zijn in
voor wijziging vatbaar.
anderlijk, niet
waarvan de
aanbouw ook
Gods
de
maar
als
de wereld eens
God
toch alles
die scientia plenissima en necessaria.
is
scientia
decreet,
denken, dan zou
Deze komt
visionis of de scientia libera.
uit zijn inleven in
den
tijd
en
in
de
realiteit
Als een architect op zijne kamer den geteekenden gevel van een zijnd
naar
huis
buiten
bekijkt,
gaan
Zoo ook gaat God de Heere
weet
hij,
zien, dat en in
zijne
hoe die gevel hoe
hij
schepping
er uitziet.
Maar
hij
metterdaad gebouwd wordt.
uit,
Hij, die
met
zijne scientia
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's