Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 564
college-dictaat van een der studenten
:
Locus DE Christo (Pars Prima).
16
de schuld geheel op hem overgegaan. Kan
Het
dus
is
't
Een remplagant een expromissor
:
promissum datum
ubi
moet
1ste.
Er
bij
is
Er
is
nl.
geld komt.
zijn
:
De
redt mij voor goed.
beteekenis van
iemand, die mij bevrijdt ab eo momento,
is
een fidejussor eerst als de fides geleverd
anders
is,
genomen
de menschen, wordt
borg van de menschen
als
beslist
bij
God,
door twee overwegingen
geen sprake
in dezen context van eene zekerheid, die God van zou maar van eene zekerheid, die God aan ons geeft; sprake van eene bpyM^usa-la Gods, die wij ook Ps. 110 vermeld vinden. is
onzentwege er
est
vraag, of ïyyoog hier moet
van God
aan
weer opkomen.)
ik zelf
De of
dus
is
hij
nummerverwisselaar en een nummerverwisselaar ontheft mij van den dienst, zoolang hij
den dienst presteert. de woorden
hoe
zien,
zelfde verschil, als tusschen een
Een
rempla^ant.
dan heeft de schuld-
niet betalen,
hij
maken en moet maar
eischer niets met mij te
vorderen
dus geen sprake van wat de mensch aan God bezweert, maar van wat God aan den mensch zweert en wel dit, dat 't priesterdom van Christus eeuwig bestaan zal. Wie nu van God een eed ontvangt en Hem dan nog niet gelooft,
maar daarenboven een borg
De eed
heid.
is
waar God Almachtig gezworen
veel te meer,
Waar nog
bijkomt,
daarna leefden, en
Hiermede een borg 2de.
het
dat
te willen
die
sprake
van zal,
Christus'
goede
berouwen, dat
niet
offers brengt
;
Hoe weet God,
dat het
Verklaar
zijn" bij
Hem
hooren,
verkoop aan
Ik
zijn
ik
:
ik
niet
gij
want
heeft,
dat Hij
;
is
berouwen zal?
huis.
weet
nog
kpeóg en dat
goede offeranden brengt. Wanneer
Wat
is
zal het
Wanneer Christus God wel berouwen.
zalfde?
Omdat
Hij een
borg heeft
den context, dan moet het Jrr^og berouwen.
het niet zal
iemand een
„neen,
priesterschap
deze woorden
hoe-
is.
Hij Christus tot priester
Hem
Wien
geen berouw over, want
antwoord
hij
;
O. T.
't
waar God gezworen
bracht Hij geene offers, dan zou het
in Christus zelf.
tegenspraak
maar gelden zou voor wie
alleen
dat,
alle
dat Hij zulk een priester aangesteld heeft.
de taak van een priester? Dat
God dus
borg dan
hebben, een onzinnige gedachte
berouwen
is
niet
diepste der goddeloos-
't
heeft.
voor de geloovigen van
niet
hebben wij dus aangetoond,
Hier
God
vraagt, die vervalt tot
onder de menschen een einde van
zelfs
uit
Een vrtend vraagt
niet of
mij: „hebt gij daar
de kooper wel betalen
er is een borg",
dan moet die borg
voor den kooper, anders heeft mijn antwoord geen
zal ?"
en nu
mij borg
bij
zin.
Zoo is het ook hier. God stelt een priester. Vrage: Zal God daarover berouw hebben? Neen. Heeft Hij dan een borg? Ja, in Christus zelf. In
de volgende verzen lezen wij de vervulling van Christus' offerande; duiook daaruit, dat met het borg zijn is bedoeld bij God voor ons.
delijk blijkt
Immers de
:
priesterlijke
God voor ons
is
om
ons
te
verzoenen met God;
tusschen beide te treden en aldus ons zalig te maken
geheel verschillend liefde
werkzaamheid
is
van Christus' profetische werkzaamheid, waarbij
aan ons openbaart en betuigt.
;
bij
hetgeen Hij
Gods
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's