Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 607
college-dictaat van een der studenten
;
Caput sprake
altijd
van
is
De Nominibus Salvatoris.
II.
in
de Talmudische lectuur steeds
zij
beweerden, dat Jezus de Messias
niet
was
de
zin
men dan
terwijl
;
Tnpn fóir niD^
:
naam
dat in de explicatie van den
3'^e
(W'); de V werd weggelaten, omdat
'I>3C7cD
n.1.
;
altijd 'I/jo-sDc.
woord
het
=
W"*
„zijn
naam en
21
van den
moge vergaan".
zijne gedachtenis
ten
expliceerde
notarikon
een
als
N. T. heet Jezus eveneens
In het
'Iyi<toü(;.
59
'I>7(roDc
Matth.
in
1
:
naam Jehova geen melding gemaakt wordt, maar 31 het denkbeeld van maken van hunne zonden", terwijl in Luk. 1 Jehova zelfs uitgesloten is, omdat hier staat, dat Hij genoemd zal worden de „Hij zal zijn
er alleen staat:
volk zalig
:
„Zoon des Allerhoogsten".
Nemen
indices er wel voor, dat yiijnni te verklaren
Waarom
vox composita.
een
als
meer gebruikelijk
altijd
dan de
is
de
niet
en
de gewisheid
belofte,
riunn^
de
door Jozua aan
hij
zal
in
toch is
wil
;
in legt.
daarmede
hij
een forma substantiva, waarin de
is
"i
Hosea de oorspronkelijke die alleen de
infinitief,
de \ die den imperfectaalvorm aanduidt,
V^\^n
te
V'\uhr^],
is
de
Als
idee,
de hoop der verlossing;
Mozes den naam Hosea dus
kennen geven, dat
in
er niet langer alleen
verwachting en hoop, dat Israël verlost zal worden (Hosea), maar dat
een
is
terwijl
;
maar wel
rijnn^,
nyiirn.
cf.
het promissum.
certidudo,
Jozua verandert,
hebben
van den Hiphil, maar van den
idee van verlossing uitspreekt er
^;
is
een forma Hiphelica en niet
wij dus dit resultaat, dat
Concludeerende krijgen
naam, was afgeleid
het
als
is
wij niet
minder bezwaar onderhevig;
aan
zaak de
pleiten in deze altijd moeilijke
dan
wij alles dus te samen,
ligt
stellen
te
de zekerheid
Zoo kan de naam
leiden.
uitgedrukt, dat buiten
maar dat
Hij
de eenige
is,
Hem om
heeft, dat
tot zijn recht
'Irjcroïig
deze
alleen de idee, de
die het zeker
doen
zal
;
Kanaan
Israël in
komen
dien
in
;
bede
om
naam
verlossing
Hij zal zijn volk ver-
lossen van hunne zonden.
Wat nu de opmaken zooals
uit
typische beduiding van den
naam Jozua
Jozua 5
is
:
13
men wel eens meent
enz. ;
de
Jozua nln;»
niet
betreft, die
moeten wij
de naam van den „sterke",
Nnï "w staat buiten
hem
;
Jozua
is
degene, die zich moet nederbuigen, die zijne schoenen van zijne voeten aftrekt, die hulp en sterkte helpt. 3.
Ook
Jozua
Christus
is
is
moet gaan zoeken
hebben
hier
bij
een ander, die tot
de type van den geringe, kleine, die zich
de
En evenals nu
"W, in
niet
hem komt en hem
wij dezelfde tegenstelling dus, die wij zelf
vonden
in
Zach.
den niy noemt; de
de nny, want een dienstknecht wordt nooit gezalfd.
Zach. 3 Jozua eerst de met vuile kleederen beladene
daarna de gouden kronen ontvangt, zoo ook met Jezus Christus.
In
is,
maar
Jezus zien
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's