Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 735
college-dictaat van een der studenten
:
Caput
De MediatoRIS Persona.
III.
evenzoo de H. Geest
;
met
dit verschil,
bare eigenschappen gescheiden
Daarin
het
ligt
natuur
menschelijke
mensch
De unione naturarum.
7.
dat de drie Personen door onmededeel-
niet
de Vader of de H. Geest,
kon de goddelijke natuur
;
kon
dan
vereenigen,
in
abstracto zich met
ook de Vader en de H. Geest
geworden.
zijn
Waar de Zoon de
goddelijke natuur op een andere wijze bezit dan de Vader
en de H. Geest, daar spreekt het van een eigenaardige wijze bezit
;
dat elk der drie Personen haar op
zelf,
dat elk een eigenheid heeft
;
daarom spreekt men
van een concrete goddelijke natuur, van Vader, Zoon en H. Geest.
men ook wel sterk
gebruikt
de uitdrukking relative
zeggen, dat
relatief wil
;
33
zijn.
antwoord op de vraag, waarom
maar de Zoon mensch wierd de
§
zij
concreet
;
is
Echter heeft
misschien
de goddelijke natuur bezitten
iets te
relatione ad
in
Patrem, ad Filium en ad Spiritum Sanctum.
De menschelijke ons wel
bij
natuur, die Christus aannam,
de menschelijke natuur heeft
;
in
was
niet concreet.
Zij
is
het
een ieder onzer een bepaald concreet
werd door ons ik. De menschelijke natuur abstracto sensu is datgene, wat aan ons allen gemeen is. De menschelijke natuur is als 't ware het lak, het was, waarin door ieder mensch zijn stempel gestempeld wordt. Christus daarentegen nam de abstracte, ongestempelde menscheontvangen,
stempel
bepaald
dat
natuur aan, terwijl Hij de goddelijke natuur concreet bezat.
lijke
Joh.
1
14 wil dus niet zeggen, dat de Aóycg ophield Abyoc te zijn en Ta,^^
:
wierd, zoodat er een vervorming plaats had (gelijk de Neo-Kohlbruggianen uit
deze woorden lezen), een overgang van het een
den vasten KX'.
ïyhzTo
Ka^wv oq
Y-j
remansit
;
maar moet naar
die altijd als regel gegolden heeft
verklaard,
o'jk
het ander,
in
qui
erat et factus est
:
ïfivjvj
quod non
'6c
^u,
Dus
erat.
de goddelijke Persoon onderging geen verandering, en dus kon ook de goddelijke natuur
in
Maar zal
in
geen verandering vallen.
het
eenige,
wat geschied
is
is,
dit,
dat Hij, die
God was,
is
en
zijn
onverminderde goddelijke natuur en majesteit, daarbij nu heeft aange-
nomen de menschelijke
natuur.
Hier geldt het beeld van Ambrosius
:
Wanneer de zon aan den hemel
straalt
en een wolk onderschept haar glanzen, dan wordt de zon daardoor niet gedeerd,
maar van
alleen
God
is
er
den hemel en
Door deze
is
—
een nebuia tusschen mij en haar.
vleesch aanneemt, daar
blijft
Zoo ook waar de Zoon
de „Zonne der gerechtigheid" schitteren aan
de humana natura slechts een nebuia, qua coram oculis celatur.
Kstv<jivix
ontstaat nu een
[xirby^r]
en deze
en middellijk.
Rechtstreeksche gemeenschap
tusschenkomst
van
een derde
schap daarentegen, waar
zij
Zulk een communicatio
in
nu
is
tweeërlei,
daar,
aanraking treden.
niet plaats heeft is er
is
in drie
n.1.
rechtstreeksch
waar twee zaken zonder Middelijk is die gemeen-
dan door tusschenkomst van een derde. opzichten
communicatio idiomatum.
10
Y^oivuivix
20
Kocvuivix y^xpia-/u,6(.T(jiu
„
„
charismatum.
3
xotvuivix aTTCTcXea-fixrwv
„
„
apotelesmatum.
l^i(jifixT(^v
of
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's