Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 954
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Christo (Pars Tertia).
138
voor
uitsluitend
ning
Hem
Christus
Spreken
zelf.
en zoo
wij
is
Christus' lijden geen
in
is
bij
ven alleen dienen
God.
dus
Is
om
eigen schuld
zijn
maar
delgen,
uit te
niet die
Adam op en ster-
van anderen.
voor onze zon-
is
den, dan belijden wij daarmee tevens, dat Hij een verzoening
der geheele wereld
uit
zijn lijden
Als wij zeggen en belijden, dat Christus een verzoening
b.
of
iemand, dan bedoelen wij de bij
zooveel schuld overgekomen, dan kan ook
God
bij
zweem
het alleen een pretium aequivalens
van erfschuld
persoonlijk op onze rekening staat
die
schuld,
zelf
verzoening voor anderen en
spoor van
voor
Hem
is
voor de zonde
wij onderscheiden dus tusschen de verzoening, die te vol-
;
brengen was voor ons
èn voor onze erfschuld.
zelf
heb dus erfschuld, maar
Ik
daarvan afgescheiden ook persoonlijke schuld. Bestaat het overnemen van onze schuld dus alleen daarin, dat Christus onze erfschuld droeg, dan
per-
blijft alle
soonlijke schuld onverzoend; zonder rantsoen zou ze op ons blijven kleven en
zonde voldoende
daar één
zouden wij toch
Om
is
om
het
eeuwig verderf op ons
de macht der verdoemenis
in
te
doen komen,
blijven.
deze twee redenen werpt Böhl's voorstelling dus de leer der Verlossing
omver. 2e
de erfschuld van
zoo, dat ik werkelijk in
dit
mij geladen heb.
of deel
De
gen wij
is
mij toegerekend
Adams lendenen
aan zou hebben, op mij zou er
zijn
overgebracht,
in
onrecht.
is
daarom steeds nadruk op gelegd, dat
Adam
dat Christus de erfschuld deelachtig
dus,
dan bedoel
is,
inzijnde overtreden en schuld
hebben en daarom de schuld van
Christus
dat
Adam
ik
op
voorstelling van een erfschuld, die zonder dat ik er part
formeerde kerk heeft
gezondigd
Immers
voorstelling randt Christus' persoon aan.
Deze
a. als ik zeg, dat
Adam Gods gebod
ons is,
is
De Gere-
Adam
wij in
toegerekend.
Zeg-
dan volgt hier ook
God
overtreden heeft en tegen
in
uit,
rebellie
geweest. spreek
b.
ik
de
erfschuld;
het
geboren
van erfschuld en erfzonde, dan ik
heb
worden
niet in
eerst
is
de erfzonde een gevolg van
erfzonde en dientengevolge erfschuld, maar
de verdorven natuur
is juist
straf
voor de erfschuld.
prijs en krijgt Daaraan moet vastgehouden, anders geeft men Waar nu de erfschuld de wortel is, waaruit de erfzonde met traducianisme. aj/ay>t// opkomt, daar rand ik Christus aan, door te leeren, dat hij erfschuld had, want dan moet Christus niet alleen erfschuld maar ook erfzonde gehad
het creatianisme
hebben. 3e is
Deze voorstelling vervalscht ook de toerekening, immers
volgens de Heilige Schrift de imputatio expromissoris
het
Wat de
organische zijde betreft,
is
de toerekening
Dat wat de juridische het betaling door het hoofd
overnemen van de schuld door den expromissor.
zijde betreft.
;
:
de borgtoerekening;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's