Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 212
college-dictaat van een der studenten
LOCUS DE PROVIDENTIA.
212 aangediend.
Altoos
de
is
waarop samenhangende
achtergrond,
geheel, een machtige kosmos, een
alle
ding zich vertoont, één
structuur.
In de eerste plaats wijzen we op Ps. 19. Waarschijnlijk zal eerst in dit verband de geheel eigenaardige beteekenis van dien Psalm ons duidelijk worden. Het eerste deel loopt tot vs. 7, het tweede van vs. 8 tot slot. Reeds bij eerste lezing
valt
natuur,
in
oog,
't
8—10
VS.
het
in
eerste
sprake
deel
is
van de dingen der
nnin, de zedelijke wereldorde.
hooge karakter aan
heiligheid en het
van
dat
tweede van de
het
in
te
zeven maal de naam van Jehova genoemd.
van de ordinanties der natuur,
als
Om
toonen wordt naar het
van
de
Van
daarvan de
heilig zevental
zoowel
beide,
ordinanties wordt de
zedelijke
vastheid aangewezen.
Dat
zoo
dit
we
zien
is
vs. 5.
in
Het richtsnoer
Waar de zon dag
die de orde der dingen regelt.
is
een bepalende macht,
en nacht, avond en morgen
en schaduw maakt, trekt ze over de aarde een richtsnoer, waardoor het
licht
wordt bepaald.
leven
hun
aantal
zoo
is
Daar
zijn
minimaal,
wel individuen, die daar tegen ingaan, maar
dat
1400.000.000 niet meerekenen.
men
eigenlijk
zeggen
Tot op den huldigen dag
kan, dat ze op de regelt
de menschheid
leven naar het richtsnoer, dat de zon trekt. lm groszen und ganzen worden
zijn
ook
zij,
kou
kunnen
aan
te
ertegen
die
ze
geven,
ingaan, door de zon beheerscht,
(Om
niets doen.
want tegen warmte en
de regelmatigheid, waarmee de zon werkt,
de berijmer nog niet zoo'n kwaad woord,
gebruikt
n.1.
even-
redigheid.")
Richtsnoer
ordenende
is
hier het
macht.
Zij
woord, dat straks heet niin, de niin der natuur, de
komt van boven
:
want de aarde beheerscht
niet
de
hemelen, maar de hemel de aarde.
Daartegenover nu staat
het
in
tweede deel de
nin;» n'iin,
de ordinantie voor
het geestelijk leven.
De over
eerste
in
is
natiën
alle
met de tweede de D^nbN nnin, universeel, gaat
tegenstelling
en
volken
:
geen spraak en geen oor, waar hare stem
niet
gehoord wordt.
De tweede
is
de
alleen tot haar recht
de
eerste
in
tegenstelling,
onwrikbaar vast sprake In
:
ordinantie
is,
van Jehova,
van den God
Israëls, komt dus En die staat eindelijk ook hierin met dat de Torah van de natuur geen afwijking kent,
onder Gods volk.
maar
bij
de tweede zien
we
reeds dadelijk van afwijking
„Reinig mij van mijne verborgene afdwaling."
den
IQ'^e"
Psalm wordt op het schoonst heel het
stuk, dat
we
behandel-
den, uitgelegd.
Job 10
:
21, 22. „Eer ik
henenga (en
niet
wederkom)
in
een land der duis-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's