Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 532
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Altera)
98 Christus
Ja,
deed
zelf
en komende
met de wolken
woorden spreken. In vers 4 lezen
evenzoo
wij
ordening van Melchizedek"
„Van nu aan
zult
dat suprème
in
moment van
dat
:
moest
zijt
de priester
Aaron
van
gegrond
als
blijven,
Gij
in
van wien deze
is
eeuwigheid naar de
Aaronietische en Melchizedekietische priesterorden
priesterschap
het
Melchizedek
Zoon des menschen
over de theorie van Melchizedek „E Voto"en
(cf.
de Chr, III 89—99) De verhouding tusschen de deze,
hemels", dus
des
verklaard, dat Hij de
op dezen psalm
is
:
zittende ter rechterhand der kracht Gods,
toen Hij beschuldigd werd van godslastering, heeft Hij met beroep
zijn leven,
L.
toen Hij zeide tot Kajaphas
dit,
Zoon des menschen,
den
zien
gij
in
moest
voorbijgaan,
dat van
en
scheppingsordinantiën Gods.
de
Die eeuwigblijvende ordinantie wordt dus op Christus toegepast en genoegzaam dus
blijkt
dat
dezen
uit
Psalm, dat wij vinden
gewag gemaakt van een
subiect
wordt van het Eeuwige Wezen, en onderscheiden van het
onderscheiden
Wezen, nochtans met majesteit bekleed, bestaande ons wordt voorgesteld. Eeuwig
als
van eeuw
tot
eeuw
Verbinden wij nu die twee resultaten, dan krijgen wij a.
eene
waaruit
verschijning
nochtans zich van het Eeuwige b.
Wezen
Wezen
die,
zelf
Goddelijk
Psalmen dat van God
Met de Psalmen 61
In y^s.
;
God
als het
gewagen Eeuwige
zich onderscheidende Goddelijke subiect
:
te
deze Schrift
den
is
in
uwe ooren
17,
:
„de
etc.
dan lezen wij daar, dat de Heere Jezus
in
Ook
vervuld".
hier toch
is
hier
hebben we precies hetzelfde
het de Christus, die zelf in een
de is
als
hoofdmo-
leven (zijn eerste optreden als leeraar) verklaart, dat deze pro-
geldt :
:
op Mij"
Nazareth deze woorden op zichzelven toepast met het „heden
zijn
Hem
in Jes. 61
hebbende zullen wij een kort woord
vinden wij een sprekend subiect dat van zichzelf getuigt
/
UOden Psalm;
ment van
afgedaan
thans
Slaan wij nu op Luk. 4
synagoge
Gods en der menschen.
Profeten.
Geest des Heeren Heeren
fetie
onderscheidt
onderscheidt
dat in de
spreken over de
bij
bewustzijn spreekt, en die
zich nochtans van
subiect,
profetisch heenduidt op den Middelaar
2.
Goddelijk
dat wij ook in de Oudtestamentische lyriek van zulk een persoon
hooren
c.
Ouden Verbonds gewag vinden gemaakt van
wij in de historie des
dat
persoonlijke
en Hijzelf door den
6 staat
niet
:
mond van
„de Geest des Heeren
het daar sprekende subiect
is
dus de Christus.
Jesaia gesproken heeft, is
op
Hem"
want
maar „op Mij"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's