Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 731
college-dictaat van een der studenten
Hoofddeel Toch,
V.
§
De Deo operante sensu
2.
zoolang deze bedenking
moeten, en staan wij
bestaan, zijn wij
blijft
verkeerd
zelf
onze verhouding
in
generali.
41
waar wij wezen Eeuwige Wezen.
niet,
tot het
menschen hebben onze bezigheid met de dingen om ons heen, en wij indringen in de dingen der wereld, hoe meer zij een kosmologisch karakter aannemen, hoe rijker wij ons gevoelen en toch, als de wijze Zie,
wij
hoe
verder
alle
dingen
ontbreekt
inzicht
heelal
metterdaad zóó, het
hart
vullen
nog
er Is
een
aanranden,
Wezen,
geene
niet
dit
menschen
heel
wereld
:
in
in
is
in
dus
staat het
hunne beste oogen-
om
mijn blijft
niet in staat
is
Eeuwige
dan met de geheele
rijker is
wereld noodig
God.
is
de eere Gods
kan, dat God, dat
tienduizendmaal die
het
in te" ?
mijn hart weggezonken, dan
die
wat doen
heeft,
dan
wij
dat Hij moest hebben datgene, waarin wij zelfs ?
zijn
we
dan
niet
we
keeren
arm,
de
?
moet doen gevoelen, dat door
alle
te beseffen,
volkomen
met Zichzelven
zalig
moet gebannen, en dat
Theologie
Reeds voor ons besef
onder de
kunnen vinden
om
kan worden
bevredigd
God
dat
wij,
niet
uitspreken,
het
gedaan
niet
slechts kan het vervullen en die ééne
één
met Zichzelven
bevrediging
verhouding
te
niet diep irreligieus en oneerbiedig, is het niet
Denken
Reeds
besten
over;
niet
men zeggen kan: „wat
dat
religie,
men nog een oogenblik denken
als
dan
anders,
alle
de geheele wereld
is
ledig
zelf
wereld ?
dan
al
;
dan toch
het
van
hebben uitgesproken
blikken te
de
dat
aan kosmologische kennis en
:
„Inquietum cor meum, donec requiescat
:
met God" ?
vergelijken
te
kan
wordt daarmede dan
niets,
vreugde
de
niet
dit
Is
mij
zeggen
en
heeft
woord van Augustinus
heerlijke
het
doorzocht
is,
voorstelling,
die
niet
volkomen
hoe God van eeuwigheid met uit
den
Godsdienst
en
dus
niets
uit
de
Theologieën, zooals de Soteriologische
alle
God
en de Methodistische, die er op aandrijven, dat
Zijne bevrediging in
den
gezaligde vond, moeten afgewezen als goddeloos.
Ook nog hebben
langs anderen
weg kan
worden aangedrongen.
dit
behoefte aan een bestaansdoel.
gezocht
in
Zoodra
velerlei.
men
gelukkig,
leeft
voor
er
men eenmaal een en
Wij menschen
Dit doel van aanzijn en leven wordt
poogt het
doel in
te bereiken,
't
oog
maar
is
heeft,
is
men
het eenmaal
gegrepen, dan begint de ontspanning en het wezenlijke genot verdwijnt.
Wordt men nu einheitlich
komt
aanzijn?
en
men kan
gaan, de
vindt dat doel
vindt
zijn
of het in
tot
meerderen
bestaansdoel,
in
die
vraag,
dan
zijn
Mohammedaansche
of
en tot het zoeken van een
gebracht
er
:
Waar
twee
ligt
het doel van mijn
wegen mogelijk waarlangs
de Christelijke weg. De
het voldoen aan eigen behoefte en neiging,
bestaansdoel
God
ernst
dan gaat men vragen
in
God,
en
men nu het eudaimonistische men ware of valsche religie.
naarmate
gestelde doel zocht, heeft
Mohammedaan
maar de Christen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's