Dictaten dogmatiek. Locus de Magistratu, Consummatione Saeculi - pagina 140
college-dictaat van een der studenten
LOCUS DE MAGISTRATU.
112
van
geschiedenis
van
besciiaving,
wezen, sociale toestanden enz. de
onder
van
geschiedenis
in
van
i<unst,
opneemt,
in
ontwikkeling van
er
is
algemeen eene rubriek zou
't
fabrieks-
't
geen reden, waarom
er
niet
voor de uitingen
zijn
menschen en volkeren, en er de kerkgeschieZoo valt dus de kerk- en dogmenge-
het godsdienstig leven der
denis niet onder gerekend zou worden. schiedenis onder de historie.
Wanneer men Zoodat
toteles).
Zoo
we
zien
reeds
dit
gedaan.
altijd
dus weer onder de philosophie
dit
van
standpunt
het
staat
de faculteiten
loochenen,
als
de
valt.
hen,
mee
er niets bij
;
maken
te
Want
niet,
want deze
Romeinsche
schrijvers,
beweging van Europa,
universitaire
de
literarische
en
het
leven
tegenover beleden
faculteit is
werd
in
tot
den tegenwoordigen
tijd
de resultaten gekomen
meer en
die
levensbeschouwing,
en
vervolgens,
;
men
achter de
in
is,
de groote
dat zich in
langzamerhand een eigen voorstelling van de wereld
gaan vormen,
wereld-
die
Neder-
buiten de Openbaring des Bijbels om.
Gevolg daarvan was, dat men
't
de
de philosophie
bij
heeft juist haar raison d'être daarin, dat
komen
te
als
dan, zegt men, heeft
het bestudeeren van taal, logica, grammatica,
bij
het bestudeeren van Grieksche en
waarheid zocht
wordt
opgevat
landsche taal en letterkunde, oude en nieuwe historie enz., en
ook
gemeenschap
elke
die
theologie
wetenschap van de geopenbaarde kennisse Gods. syntaxis
en Aris-
dan, dat de geheele theologie op deze wijze door de literarische
Daartegenover
tusschen
men
eeuwige
en
(Cf. Plato
wordt opgeslokt.
faculteit
20
maakt van de oneindige
voorstellingen
zich
dan heeft de philosophie
dingen,
dat
de
in
meer vijandig
kwam
te staan
die door de Christelijke kerk
literarische
faculteit
niet
meer alleen
philologische studie en formeele beoefening der wetenschap plaats greep, maar dat
in
die
literarische
ook de geesten literatuur tot
Die
geest
te
een
faculteit
aandrift en neiging openbaar werd,
met
beheerschen
dien
om
uit
de oude classieke
te vatten,
zooals de Grieken
geest,
die
ons was gekomen.
was
tweeërlei
1
:
om
het leven
op
het deden, (minder de Romeinen), nml. de belletristische aesthetische levensop-
de Grieken met hun eigenaardige beweeglijkheid,
vatting, waarbij
voor het schoone, zich, wat
't
uitwendige en den vorm
betreft,
zin
en smaak
een schoone
en aantrekkelijke levenswereld wisten te scheppen.
Door die levensopvatting nemen en het Christelijke op streven en doel
den geest van 20
't
om
als zij
stempel van het klassieke en schoone op te te zetten,
Heidendom terug
wanneer men
kreeg die richting een anti-christelijk
het Christendom terug te dringen en daarvoor in de plaats
bij
de
te
Grieken
brengen. in
hun
besten
tijd
aanklopt, en vraagt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's