Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 102
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Prima.)
84
Het ontologische
B,
bewijs.
verbonden aan den naam van Anselmus en naderhand aan dien van Descartes, Het is intusschen niet bij beiden in denzelfden vorm opgesteld, Het
1.
is
oppervlakkig een andersoortig bewijs en eene andersoortige argu-
schijnt
ja,
mentatie.
De argumentatie van Anselmus was
a.
vooral dialectisch,
in
overeenstem-
ming 'met den dialectischen trant van argumenteeren, dien men in de dagen der scholastiek volgde. Het was de poging, om uit een maior en een minor, waartegen niets viel in te brengen, te komen tot eene conclusie. Anselmus' maior nu was een dubbele: P. Aliquid esse debet quo maius nilcogitari potest : en 20. ld quod est in cogitatione et in re maius est quam id, quod tantummodo
Deze beide stellingen vormen samen den maior. En de Deus cogitatur tamquam id quo maius nil cogitari potest. En de conclusie, uit deze beide praemissen getrokken, luidde dan Igitur Deus non tantummodo in cogitatione sed etiam in re exsistit. Het was dus niets anders in cogitatione exsistit
minor was
:
:
om
dan een syllogisme,
daardoor dialectisch
tot het
nen concludeeren. En natuurlijk, tegen den minor de maior goed, dan
is
maak En
dan
er
is
et in cogitatione bestaat, is
re
alleen.
verband
ik
eene
dit
kan
bestaat
tellen
in
een
paard
is
een
organismen.
optelsom ik
en
te
tusschen
res
vergelijk
en
Maar ook dan syllogisme
van
van
pas.
En
zij
cogitatio,
men dus
oorzaak
het
cogitatio
Bijvoorbeeld een
is
is
zijn
dus
is
echter zeg
:
twee
res en
ld
quod
in cogitatione bestaat,
plus
res
met cogitatio
aangetoond, dat er een innerlijk
zoodat
boom
ik is
ze
saam zou kunnen
een organisme en een
een paard plus een
boom
gelijk
terug op een derde, dat aan beide
is. Zoo nu kan ik ook maar bewezen heb, dat er tusschen
als
ik
maius dan wat alleen
Derhalve
organisme. Daarbij gaat
Res en cogitatio nu
vormen. Indien
niet doen, tenzij eerst
tertium quid.
verhouding
;
van die twee heterogene elementen,
schappelijk
een
kun-
te
Maar de maior is metterdaad valsch, beest bij een boom op te tellen. Men
niet addeeren.
ook nooit een optelsom
cogitatio, in
Dus
een
is
kan ongelijksoortige grootheden elementen.
brengen
de conclusie wettig.
eenvoudig, omdat het onmogelijk
heterogene
God
bestaan van
is niets in te
twee
gemeen-
res en cogitatio saamtellen, indien ik eerst res en cogitatio een oorzakelijk verband,
en gevolg, als van vader en kind bestaat.
de fout der meeste syllogismen, waarin ook
Anselmus vervallen
is,
namelijk,
dat
dit
het de eigenlijke zaak
waar het om gaat, verbergt en ze tersluiks binnenvoert, dus het cachet draagt van den sluikhandel. Immers, de heele kwestie loopt juist over hei verband tusschen denken en zijn, over de vraag of de (pxiyójucux en de yo-üfxevx aan elkander beantwoorden.
En
dit
geloodst als gegeven.
wordt Het
is
in
de formule van den maior stillekens binnen-
dus niets dan een smokkel-syllogisme,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's