Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 890
college-dictaat van een der studenten
LocuS DE Deo (Pars Tertia).
20ö
Daar wordt dus de voorstelling
de kwaden weggeworpen.
die wij reeds
vonden
volgehouden.
Mattheus 25
In
die
aan
het
tot
de boozen de
en
blijven
Mattheus 4 beërven".
luidt
„Komt,
:
er
mij, gij
Geheel
uit.
de
naar
in
heerlijkheid bezitten zal.
Een andere zaak, die ten nauwste hiermede samenhangt, Christus zich op aarde
noemde de Zoon des menschen, de
De zoon
waarin
zoon
datgene
Dan. 7 13 :
uitkomt van datgene waarvan
product
het
deze, dat de
is
t:':N "in uit
Staat er dus niet: zoon van David, of iets dergelijks, maar
is.
menschen, dan
„menschheid".
hnd
dit
nog
algemeenen
den
in
hij
Zoon des
mensch beteekent
zin:
Het menschelijk geslacht moest een product geven, doch
nooit gegeven in zijn ideale bestemming,
daarom verscheen het
nu voortdurend
nadruk op leggen, dat
Zien
Christus,
genomen
dit
is
hier
in
organisme
als
zachtmoedigen vormen dus het kernorgaan, dat organisch
met de wereld samenhangt en die wereld eens
is
van
voorstelling
zullen het aardrijk
zij
moet dus de wereld
voorstelling,
terwijl
De goeden
vervloekten".
want
zachtmoedigen,
de
zijn
tot hen,
gezegenden mijns Vaders",
gij
weg van
„Gaat'
:
organische
de
;
zijn
moeten
„Zalig
de
Bij
eeuwen
zegt de koning in de voleinding der
anderen
5
:
worden
gered
34
:
rechterhand
zijne
wij
er
de H,
in
S.
de Christus de menschelijke natuur draagt, niet het Israëlietisch-nationale type
maar de menschelijke natuur aan het
hooren, daar wordt
omdat
sprokene, Bij
den
wij
't
voerde
algemeen, zien wij dat
waar
en
stonden,
„mensch
zijn"
Pilatus
„ecce
zijn
homo" doet
Deze waarheid brengt ons nader dan het tevoren bepunt
dit
in
het
pleit
de Geref.
Dogmatieken behandeld vinden.
men
veel nadruk
hiervoor
altijd
in
dragen.
In
dit
verband
op de menschelijke
verband met de erfzonde
moest dien schuldenlast waarvoor
Christus
dit
verband gezocht tusschen de mensch-
die bepalingen
al
de Christo legde
locus
en
natuur,
lijk
in
en den Christus.
heid
in
daar waar Hij van zichzelven spreekt als van „een mensch
waarheid gezegd heeft"
de
u
die
licht treedt
alle
zegt
menschen
:
de Heere
solidair aansprake-
ook de Catechismus, dat
Hij
Gods tegen de zonde van het gansche menschelijke geslacht gedragen heeft," Die waarheid werd ook in de dogmatiek op den voorgrond gesteld. Wanneer wij dan ook opslaan / Tim. 2 5, dan ligt in deze woorden „Want er is cén God, er is ook één Middelaar Gods en der menschen, de mensch Christus Jezus" uitgesproken, dat de „den
toorn
:
:
Middelaar :(
bestaat
Dat
y.-jrxp'jiTTzt.
Wordt
heid. ligt
daarin
zin
en
als zijn
fMiTi.rr,^
dan
tusschen
niet eenige
daarbij nu de Christus
dat
Christus
opvatting.
Ook
de hier
twee
genoemd
menschelijke
komt dus
:
eenerzijds
God
en anderzijds
bepaalde menschen, maar de menschzvS-^w^rcc,
natuur droeg
niet in
ó
av^p'^Troc,
dan
universalistischen
het optreden van den Christus in dit
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's