Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 648
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Altera).
214
zanger
persoonlijk
zijn
uit
als wij zien het
uitnemend loopt
de gedachtengang
dat
triumfgevoel
opklimmen van den
ideale triumfgevoei van den
het
in
Messias.
was eene heerschappij in Sion, de vorsten zwoeren saam tegen die heerschappij; maar waarom zegt de zanger nu, dat God die vijanden bcl-^chcn zou? Hierom, omdat voor hem het vaste triumfgevoel daarin lag, dat hij er Er
bewust was,
van
zich
schaduwing van triumf
zijn
het,
daar
regeeren over Israël als voorbereiding en af-
te
het geestelijk koninkrijk Gods, en
daarom was,
die opstandelingen eene flauwe
over
hij
gevoelde
schaduw van
Christus'
zegepraal.
immers geen vorm gehad hebben. God lachend te doen optreden, slechts stond tusschen de koningen van Jeruzalem en Moab,
zou
Het
zaak
de
zoo
maar wel ligt
om
zijn
Zoo
zegt
ook beteekenis,
„Ik zal
:
Middelaar,
als
stitutio
in
ligt
:
Gods
dien lach
In
te
brengen
hen
zult
de Zone Gods sprekende wordt inge-
als
van het besluit verhalen", van het besluit dat
„Eisch van Mij".
:
„Gij
:
de gedachte er
heilsplan te verijdelen.
voerd en
deel
als
de vijanden, die Jeruzalem zoeken ten onder
al
heeft het dus
verdere
gepast,
lach
die
is
de triomf over
kent
Hij
Nu
en
met eenen
slaan als een pottenbakkersvat"
stukken
goede
een
koningen
zin
„Nu dan,
:
gij
;
verstaat
zijner
nu
krijgt !
het
laatste oor-
ijzeren scepter. Gij zult
koningen
con-
men ook
met het oog op het
heeft het zin,
verpletteren
Nu
aanvoert.
ook de oproeping
hen
in
tot alle
handelt verstandiglijk, laat
u tuchtigen, gij rechters der aarde", enz.
Verstaan wij nu zóo Psalm
dan
zooverre, dat
in
beweren,
wij
terwijl
hij
dan komen wij ook
2,
niet in strijd
den Psalm alleen typisch op den Christus
David
dat
lyrisch
zijn
uit
met Calvijn laat staan,
eigen nood opklimt, op den
Messias overslaat, en het volgende alleen van den Messias meldt.
Nu komen wij tot het 7e vers terug. De woorden van dit vers worden aangehaald in Acta 13 vers 30) T/cc juso d t^, iy^ (Tr^^ipov yiyivvfiY.x rrz.
:
33
(zie
van
af
:
Vragen plaats
hoe die woorden hier worden toegepast, dan zien wij dat deze
wij,
door den Apostel
hier
rechtstreeks wordt toegepast op den Christus,
en verklaard van zijne opstanding.
Hebr.
In
len
doen Tcóc
1
den
en
is
sprake van de vergelijking
Messias,
om
en
die
gevoelen, vraagt de Apostel /LLC'j
Christus Hij die
d
cró,
ly^
crri/uepsv
zichzelven
gezegd had
in
ytyivyr,Ky:
vers 5 cri
;
niet heeft verheerlijkt :
T'óc
fxo-j
v
t-j,
in
waardigheid tusschen de enge-
hoogere waardigheid van den Christus
'zyui
:
TI-m
yy.p v-rh
terwijl wij in
om
te
-xori tü^j h.yyihjrj-
Hebr. 5
:
5
lezen, dat
Hoogepriester te worden, maar
Tr^yapz-j yiy'c'j-jT,y.k te.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's