Dictaten dogmatiek. Locus de Magistratu, Consummatione Saeculi - pagina 767
college-dictaat van een der studenten
§
De
9.
judicio supremo.
291
werken nooit een grein macht ontvangt om ten hemel in te gaan. Dat kan door de wedergeboorte. De absolute conditie voor het ingaan in het
alleen
koninkrijk
hemelen
der
en
is
de
blijft
rechtvaardigmaking door het geloof
alleen in Christus en dien gekruist.
Het pseudo-Gereformeerde,
wijl
nu metterdaad het leven van Gods kinderen
op aarde geen onverschillige zaak verborgene
het
in
zal het in het
is,
Metterdaad
Dezen
bood de Heere ons uit genade aan, daar Hij het wist, hoe ook na de geloofsverzekering van de vergeving hunner zonden
hunne
van
zaligheid, vertragen en verslappen
Tevens
En
we
zien
hieruit, dat het
onbeteekenende,
geene
om
dat wel
komen van Gods kinderen
overtollige formaliteit
de volgende redenen
ook
h
o-'^ixxti.
in
het
opdat
nemen.
te
van
heeft
plaats
ze
den
dien
stand,
maar noodzakelijk
is,
is.
mogen
vrijspraak
Maar
erlangen.
ten
oordeel komen, omdat dan de toewijzing hij
in
moeten wegdragen, wat
„Zij
ten oordeel vol-
:
tweede moet de geloovige
Allereerst,
kunnen en geneigd zouden
van wandel.
zijn tot slordigheid
strekt
onzen arbeid.
prikkel
zijne kinderen
en
Vader, die in de hemelen
enz., mijn
openbaar vergelden."
er dus loon voor
is
„Wie
voor het koninkrijk der hemelen.
is
aalmoezen geeft
bidt,
het koninkrijk der hemelen heeft in in
zij
gedaan hebben,
het leven
hetzij
goed, hetzij kwaad."
2 Cor. 5
10;
:
Apoc. 14
35 en 36.
Hebr. 10
:
een
op aarde en een
b.
hier
een
34,
in
genade,
niet
19
29 en 30; Matth. 25
28,
:
Matth. 22
1
:
— 14
(de
maar
zij
of verder
tweeërlei
:
12a; Matth. oTrap'^tg
d.
den hemel. De laatste
12 en 13.
:
want ze vloeit voort 14—30; Matth. 10 :
gelijkenis In
gerechtigheid van Christus zie VS.
Matth. 5
is
verdienste,
met die der arbeiders.
loft,
13;
;
van
24,
c.
wie dat h^ufia
ligt
van den gastheer, den bruidegom
yafjcou mist,
plaats, al zitten.
23
en
ze
ixivoua-x,
komt ons
toe uit
25 en 26; zij
1
staat
Petr. 5
op één
:
4 lijn
de zaligheid, het kleed der
met dat kleed bekleed
hebben dan toch ook verschil van
:
de ï-TTxyyiXlx^ Matth.
het bruiloftsmaal;
het bruiloftskleed
Allen, die
uit
Luk. 6
y-pilü-a-wj
a.
is
6:1;
vermogen, bezitting:
i.
ynyak/], eene vergelding des loons,
^uia-B-xTrs^oa-iy.
naar
:
(Er
komt zijn,
niet tot
de brui-
ontvangen plaats,
naarmate
zij
dichter
bij,
Daarin komt hier het be-
grip der heerlijkheid uit.)
De
opvatting evenwel, alsof in dat begrip der
fzia-^xTro^oa-r/.
een werkheilig-
heid zou liggen opgesloten, zoodat de zaligheid vrucht zou zijn van de merita legis,
de onderstbovenkeering van het geheele Evangelie,
is
door den apostel
Paulus uitdrukkelijk en genoegzaam bestreden. 1
Cor. 3
:
11
—
15.
Ook
hier
worden
zaligheid en heerlijkheid onderscheiden;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's