Dictaten dogmatiek. Locus de Magistratu, Consummatione Saeculi - pagina 353
college-dictaat van een der studenten
De magistratu tamquam
§11. maar dat
spreken,
den
in
hij
zaken van dogmata
zijn
qualiteit als
sprekend,
officieel
Paus ex cathedra apostolorum
in
eene genade van
infallibilitas heeft, als
Deze onfeilbaarheid
Heiligen Geest gegeven.
325
ministro Dei.
geldt dus niet in
's
Pausen
particuliere brieven.
Ditzelfde vinden
we nu ook
Waar men
koning
alleen
die
een
paarden, dan
hij
De
is
majesteit
niet
is,
dan staan die twee
komt daarom
alleen aan
als
jacht,
dan
een huis en
hij
aangelegenheden, waarbij zijne
ze zijn beiden jagers, en
gelijk,
den koning toe
in solio
evenals de ihfal-
Daarom moeten we tusschen den persoon
zijne majesteit scherp
onderscheiden
niet
Bouwt
op de
hij
hij
de onderdaan van den anderen jager.
aan den Paus ex cathedra.
van den koning en het
zijn pleizier
wanneer
Jaagt een ander persoon op een jachtveld, dat naast dat
majesteit niet geldt.
de eene jager
daar draagt
is,
figuurlijk, n.1.
Gaat een koning voor
zijn dit alle particuliere
van den koning gelegen
libiliteit
maar
koning meer, maar een particulier jager.
geen
hij
is
met majesteit bekleed
solio sedens, niet letterlijk,
in
koning handelend optreedt. koopt
de majestas der Overheid.
bij
heeft, die
onderscheiden en het
van deze twee, waaruit
juist al
metterdaad
is
het camarillakwaad,
wat met het hof in verbinding staat, is voortgekomen. Onze Reformatoren hebben daarentegen altoos gewaarschuwd en wezen er altijd op om wel te doen verstaan, dat Overheidspersonen in hun persoon gelijk stonden met de overige burgers en in hun persoon als arm hofvleierij
en
laffe
verheffing van
zondaar even ellendig stonden
al,
hij
voor zijne zonden een verlossing
eene wreedheid een koning te vleien,
God
dienaar van
te zijn,
En
als wij.
doen, opdat ook de arme zondaar met in
zijn
dit
moesten de Reformatoren wel
purperen mantel gevoelen zou, dat
Het
Christus noodig heeft.
men maakt
het
hem daardoor
wat voor hooge personen toch reeds
is
dan ook
moeielijk een
niet
gemakkelijk
Aan den eenen kant werpt men zoo een (TKÓf.v^xXov, een hinderpaal op voor den weg van hemelsche zaligheid. Aan den anderen kant nekt men daarmee de majesteit, het gezag. Gaat men persoon en majesteit verwarren en is de is.
miserabele figuur, dan spreekt men over de koninklijke waardigmen over den persoon van den koning spreekt, die slecht is.
koning een heid
alsof
Evenals
dan
de
majestas, die
daarentegen
De zaak staat
critiek
over
leidt tot
staat
des konings gaat, wordt ook de
gelegd heeft, door het
als
Vat men
gesleurd. Vleierij
dus zoo, dat aan de eene zijde de persoon des konings
met den ellendigsten zondaar en aan de andere
hij
slijk
eerbiediging van den mensch.
gezag geëerbiedigd blijven doet
den persoon
God op den koning
als gezag, dat
zijde
gelijk
moet het koninklijk
den koning door God
is
opgelegd,
al
persoon ook nog zulke rare dingen. dit
zoo op, dan gevoelt men tevens, hoe
we nu den klemtoon
leggen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's