Dictaten dogmatiek. Locus de Magistratu, Consummatione Saeculi - pagina 428
college-dictaat van een der studenten
LOCUS DE MAGISTRATU,
400
anders kon niet in vs. 22 staan Ziet, Ik maar de vorst van Israël hand opheffen tot de Heidenen en tot de volken zal ik mijne banier opsteken dan zullen zij uwe zonen in de armen brengen en uwe dochters zullen op den schouder gedragen worden. Deze woorden kunnen alleen van Israël Kerk,
;
:
zal mijne
;
De
gezegd worden.
kerk
staat
immers
bestaat uit Israël en uit Heidenen samen.
niet In
tegenover de Heiden, maar
de kerk
zonen en van dochters, maar van broeders en zusters entegen wel sprake
uit
zal
De Roomsche
moet.
voeten
van den Paus moeten kussen, wel
stof harer
voeten lekke. Welke
de burgemeester der stad het stof zijner voeten
beweren, dat
lekken
natuurlijk
een volk kan daar-
23 hebben niets gemeen met eene verplichting
vs.
van de Overheid tegenover de kerk, dat ze het predikant
ook nooit sprake van
bij
van zonen en dochteren.
zijn
Deze woorden
20.
is :
zij
hiërarchie
te verklaren, dat
men
dat de koningen der aarde de
zegt,
en
op hiërarchisch standpunt
zich op zulke plaatsen beroept.
is
het
De Gere-
hadden beter moeten inzien, dat zij dit niet konden toepassen op wat aan de kerk in haar representatieven vorm toekomt. De vorsten behoeven maar wel moet de zich ook niet ter aarde te buigen voor de predikanten geestelijke zich buigen voor den vorst van het land. Het gaat niet aan om alleen de eerste woorden van dit vers te nemen en formeerden
;
de andere
te ignoreeren,
Wat nu de woorden dat
in
een moment, waarop het kindeke klein
noodig
heeft,
nu was
Israël
want dan loochent men het verband.
voedsterheeren en zoogvrouwen
er in
andere
personen
zijn,
kracht, te
of
beteekenen
Het was een verzwakt volk
geraken. Jesaja nu zegt, dat de Israëlieten
worden door de vorsten met gunst als met eene aalmoes
slechts toege-
of dat
zij
zullen
worden bedeeld,
dat aan de vorsten van Israël de andere vorsten de hoogste eer zullen
maar,
bewijzen, alsof ze een koninklijk geslacht
van
betreft, ze
loopen kan en voedsel
bestand en bestuur, het had hulp
daarin niet bemoeielijkt zullen
worden
niet
die diensten aan het kind bewijzen.
de ballingschap weggeslagen.
geworden zonder eigen regeering, noodig om tot een nieuwen toestand laten zullen
is,
bestaat
zijn.
Gelijk tegenwoordig aan het hof
machtig vorst ceremoniemeesters, dames du palais en een personeel
een
om
voor den erfprins
houdingen geschiedt,
terwijl
te
zorgen, zooals vooral in de Oostersche hof-
daarvoor geen gemeene lieden, maar de hoogste
worden genomen, zoo ook staat hier, dat eerbied aan het volk van Israël zal worden betoond, alsof het een koninklijk geslacht was, en dat het niet door gemeene lieden, maar door koningen en vorstinnen als door voedsterheeren en zoogvrouwen zal worden
en
meest
aanzienlijke
personen
dezelfde
geholpen en gesteund.
Wil men deze uitspraak op de kerk toepassen, dan zou men
dit
kunnen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's