Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 793
college-dictaat van een der studenten
Caput een
leerde
niet zalig
die
van
tusschenstaat
waren
als wij
;
dat
de zij
§
Status modi.
3.
91
Vaderen onder het Oude Verbond
dat
;
zij
waren. Zoodra men
niet werkelijk gelukzalig
maakt, dan laat men alles niet meer op de eeuwigheid van God maar hangt men alles op aan den haak van het tijdelijke. Dan krijgen
fout
rusten,
Christus'
het
dood,
lijden,
kruis
rechtvaardiging
Maar wie
gehad.
plaats
—
De Mediatoris Statibus.
IV.
de
en
van
vruchten
enz.
beteekenis, als
eerst
dat alles vastligt
voelt,
het
kruis
uit
dien
dus ook de Rechtvaardigmaking, die nu
ziet
ook
geweest, waarop het geloof
hebben
den
vollen
schat
zij
;
dat
Gods voortkomen
raad in,
hebben
God
den raad van
in
dat er nooit een punt
is
Christus werkte en waarbij het niet zou gehad
in
van
heilgoederen voortvloeiende
uit
het kruis
van
Golgotha.
De Roomschen, leeren
van de
die
met hun mis,
aflaat en
vagevuur een tusschentoestand
na den dood en voor den oordeelsdag, kregen dus een toe-
ziel
nog een
waarin Jezus
werk kon
Maar wie gelooft, dat ook voor Jezus geen reddingswerk na den dood meer over. Voor hem is Christus' werk hier op aarde afgeloopen voor de Roomschen is er nog een werk van Christus na den stand,
de
boom
blijft
liggen
zooals
hij
valt,
verrichten.
heeft
;
dood.
De Coccejanen,
die hier altoos aan tornden,
hebben
dit beginsel
losgewoeld, en nu hebben de Vermittlungs-theologen deze leer der
Coccejanen verder ontwikkeld
wil gesteld en de bekeering
;
een weinig
kiem ontwikkelde
in
hebben de zaligheid op den
zij
heengeschoven nog over het
graf. Zij
vrijen
hadden geen
vrede bij de gedachte, dat de zaak aan deze zijde van graf beslist was en waagden een poging om ook aan gene zijde de mogelijkheid van bekeering te stellen. Daarmee kwam vanzelf de geest- en zielebidderij het bidden voor de afgestorvenen om er nog iets aan te doen. En zoo ontstond de voorstelling, 't
;
die
met
de
conditioneele
Vandaar dat de meeste keerlingen te
;
nl.
maken
dat
men dan
dat
men na den dood met geannihileerd
worden.
of gepulveriseerd te
ad inferos leeren
niet,
eindigt
saamloopt,
onsterfelijkheid
nog bekeerd kan worden en zoo
;
Ethische godgeleerden den Lutherschen descensus
dat Jezus na zijn sterven in het graf
is
om
be-
drijft
dit
ingegaan
vooral de theosophische vleugel der Ethischen
sterk.
Komt men nu
ten
2e
aan de quaestie
a.
de aparte exegese van sommige bijgehaalde teksten en
b.
de zaak
Velen
van
de
zelf toe,
dan moet men weer onderscheiden tusschen
zelf.
meenen, dat met de exegese van enkele teksten, die Lutherschen
moeten
verklaard,
de
zaak
uitgemaakt
ter is.
weerlegging Dit
is
niet
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's