Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 231
college-dictaat van een der studenten
§ de
in
God
Hem
in
De
^w/?.
dat in
kóyog
Tr,g
is in
^'jir.q
213
Dei.
den Christus geïncarneerd het eeuwige leven, ;
Daarop
aangebeden.
en
getast
gezien,
De nominibus
den Christus geopenbaard, en het
in
is
is,
6.
dan
is
metterdaad
ooi<
van den
slaat het slot
brief
terug. In Joh.
1
h
4 lezen we;
:
z^t'L X^w, ïa-rtv, kxI
deze uitspraak aangaande den Christus staat
In
maar dat
Hem
Hem was
in
was, was het
meenen
licht
maar
zin,
(zonder
^'^r,
der menschen.
alleen
in
yj
TO(ph»;Tw
y)i/
in
a.v^pCi7r'ji-j.
Hem
was,
niet,
dat
^o»:,
namelijk het leven dat
Hier duidt
'n
K'^h in
aan leven
niet
t,''j/7
de bepaalde toepassing op den Zoon
dien bepaalden vorm, waarin het
in
en
artikel),
^w/]
rj
den Zoon was, namelijk
als
in
in alge-
het leven
;
de volheid
der gedachtenwereld {Xbycc), en als zoodanig als het licht der menschen. 11
In Joh.
En
^a)/7.
£S(j)K£y
Joh. 5 3-êóc,
b
11
:
kx'.
en 12 lezen we:
xZrr]
-irj
ïy^'M tz-j ucy rs'y
fxr,
iyw
:
t,'w/;
iv
dixi
Cap. 14:6:
In
y.xv a.7ro^^vri Z,r,(TiTxi.
1
Tifily
b
X,(j>r,v.
in
25 zegt de Heere Christus
:
(rreiojy eic ifiz
r'I>
oi'^
B-e:j t>,v ^wu oCk
r,
avka-Txa-ic kxc
ïyüi dfxi
ri
bSbt:
Kxt
r,
^V/7- b tti-
ói.Xr,^ux kxI
't]
b
rbv uiov
wordt alleen gezegd, omdat
het
ja,
het Goddelijke
Hand.
In
Hij
Wezen
17
ia-rtv.
'éyjr.
Altegader uitspraken, die zeer
ïy(jjiv
:
gedaan
en
betreft,
uitspraak,
die
het alzoo
er hypothetice bijkomt, dat
wordt God de Heere de grond van
niet
adem en
is in
leven genoemd.
alle
en
geldt
1
:
de onverderfelijkheid aan het
van
het
is,
„alzoo Hij
En wat de sfeer van 10: „Die den dood heeft te
dingen geeft."
alle
lezen wij in 2 Tim.
leven
het
Wezen,
zelf.
en den
allen het leven
genadeleven
25
ïy[j.i
alleen gelden naar zijne Goddelijke natuur,
voor heel den kosmos de fontein van het leven
het, die
is
t};j
x'jTo'j
zeker alle den Middelaar betreffen, en niet rechtstreeks het Goddelijke
maar die toch van dien Middelaar
yj
xZrri k(Trhr^yiXfmjpix^'iriZ<syr,v xlhtmov
licht
het niet
gebracht;" eene
kosmische leven, maar van het leven der
genade.
Teruggaande op het Oude Testament, lezen we bijvoorbeeld dat
heid."
En daar
hieruit
eo
het
Het
in
Deut. 32
de Heere zijne hand naar den hemel opheft en zegt: „Ik leef
ipso,
Hij
komen.
40,
Overigens treedt in
die uitdrukking van het leven niet zoo
op den voorgrond.
de Grieksche atmosfeer, dat dit denkbeeld tot meerdere precisie
in
:
eeuwig-
leven niet van een ander kan ontvangen hebben, volgt
dat Hij het leven in zichzelven draagt.
Oude Testament is
dit
in
\s
ge-
werd gedurig geponeerd, dat er boven de godenwereld nog een mysterieus iets stond, een ,us^px, een Gedankenbild Immers
tegenover
de
heidenwereld
Dat was de oorsprong van
dus, een x.
inkomende,
in
stelden
de
het
leven
paganistische
in
God
voorstelling,
alle leven. zelf,
die
en een zeker principium des levens buiten^
dus
De
apostelen, in die wereld
plaatsten
zich antithetisch
scheiding maakte tusschen
Hem.
God
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's