Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 310

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 310

college-dictaat van een der studenten

2 minuten leestijd

Locus DE Deo (Pars Prima.)

292

komt Bathseba van David eene vorstelijke gunst „De koning David leve in eeuwigheid." Hier is verzoeken, en roept geen sprake van den Messias. Bovendien, D^ly!? heeft niet de kracht van ons In

Kon.

1

1

31

:

bijv.

hem

want David

„eeuwig",

Salomo

of

:

op

lag

15

Deut.

17

:

is

steken

van

de Schrift vol-

in

het jubeljaar zijn dienst

slaaf, die in

uw

zal eeuwiglijk

hij

nemen en

het gebod, „een priem

zegt

gij",

de deur, en

in

„Eeuwiglijk"

Messiaansch.

niets

Sam. 27

1

vooral voor kinderen op de

is,

is

alleen

dienstknecht zijn."

zonder eenige bepaling

:

voor een onbepaalden termijn.

tijd,

In

oor en

in zijn

Wederom

zult

vragen,

juist

is.

sprake van een

„Zoo

wilde verlaten.

niet

Dit

een heel duidelijk voorbeeld, dat „eeuwig"

al

strekt niet iets uitsluitend Goddelijks In

kwam

sterfbed en Bathseba

zijn

mocht wezen.

opvolger

zijn

catechisatie,

toe

wordt het woord eveneens gebruikt voor een bepaalden

15

:

Dat was

diensttijd.

tusschen een daglooner en een

verschil

het

juist

slaaf.

Een daglooner diende een bepaalden tijd; bij den slaaf werd geen termijn gesteld. Psalm 21 5 slaat zeer zeker op den Messias, maar toch in de eerste plaats op David zelf. Altoos ga de historische uitlegging bij dergelijke psalmen aan de typische vooraf. „Eeuwiglijk en altoos" wordt hier dus gebezigd van Davids :

aardsche koningschap. 3

Gen.

32 behoort

:

Wat

Schriftuur.

boom

dan

school

wel

of

ook wel

en

gebezigd

van den mensch.

was voor

gesteld

Ook

daar

is

of

een physieke kracht

er

in

een mystieke werking van zou uitgaan,

Maar

Hij

mocht

elk geval

in

is

ook

dien niet

is

hier

zh'W

niet het tijdperk overschrijden, dat

nu

aardsche aanzijn.

zijn

dien zin wordt het

In

er

uitspraken der Heilige

raadselachtige

en

is,

duister blijven.

duidelijk

zal

meest

de

tot

mee bedoeld

er

woord ook gebezigd van

blijkbaar dit de

meening

:

het verbond, in Gen. 9: 16.

zoolang de aarde bestaat, zal ook dat

verbond stand houden.

Op God den Heere duid

in

Psalm 90

God

bij

•}?a

:

uitdrukking

Het

Woord

26—28, de

loei classici,

waar

het begrip

:

is

om

iets

D^iy^pi

^nni

pN

^Hnni

wat zonder begin

hetzelfde

begrip als

is,

d^it}

tiv»^

Dnon Dat

wat aan de

in Joh.

1

:

1

tot explicatie te

vv.

'y.pxr :

In

aller

is

komen

eene

:

rijke

dingen vooraf-

den beginne was het

enz.

Spr. 8 zijns

:

2 vinden wij eene machtige poging

nnN D^iy-iy

gaat.

2 en Psalm 102

geëxpliceerd wordt.

Psalm 90

In

:

toegepast, wordt dat begrip van „eeuwig" nader aange-

:

22 vv.

wegs, vóór

is

eveneens explicatief

zijne

:

„De Heere bezat Mij

werken, van toen aan.

Ik

in het

ben van eeuwigheid

beginsel

af gezalfd

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 310

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's