Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 217
college-dictaat van een der studenten
:
§
Job 31
:
De
7.
Wat wordt
14.
Providentia et Miraculis.
hier
217
met wonderen bedoeld ?
Men kan
dat niet
Maar soms, b.v. hier kan men het onmiddellijk zeggen. Want wat gaat vooraf ? Wordt in 't voorgaande gehandeld van den doortocht door de Roode Zee, het wonder van 't manna, of iets dergelijks ? Neen maar vooraf gaat, dat de wolken den regen van
elke
plaats
waar God
brengen,
daar
H. S. met zekerheid beslissen.
de
in
verstaan onder
gewone
Hier wordt dus met mX/»3^ genoemd, wat wij
wil.
natuurverschijnselen.
Job 5 vinden we dat bevestigd en nader toegelicht. Hier wordt ook van maar uitdrukkelijk erbij gezegd Ie. dat het weer bedoeld wordt van den regen. 2^. dat dit tot de Niphiaoot behoort, omdat de mensch het niet kan onderIn
mx^^s: gesproken,
zoeken.
De
we
Slaan
wordt
Hier
der
natuur,
die
:
12
— 21,
naam gegeven aan
maar door een
Maar ook
heeft.
werking
innerlijke
op Ps. 77
nu
wonderen
dus onder
verstaat
Schrift
mensch den samenhang, de
werkingen worden
die
Zijn almacht
met wolken en bliksemen.
Er
is
dus geen
we
we ook
in
questie
van,
Ps. 136 of
in
:
daar ook van wonderen.
gewone
ordinantiën
optreden van Gods almacht plaats niet
genomen
van Gods triumf over de
is
Datzelfde vinden
kan doorgronden.
dat niet naar de
onmiddellijk
want tevens
er sprake
verschijnselen,
niet
dan lezen
iets,
waarvan de
die
3
vv.
de
H.
S.
zee,
buiten de natuur om,
van de worsteling van
wordt tegenover de vaste
ordening aan den eenen kant aan den anderen kant gesproken van een God,
wonder-doen v/ordt gezocht zoowel
die
wonderen
die
naar de ordinantiën der natuur gaan en door ons niet kunnen onderzocht
worden, het rapit
als
doet, en dat
in
die
dingen, welke buiten die ordinantiën omgaan.
Wonder
een en het ander wordt geen distinctie gemaakt. in
in
admirationem.
In
de
Providentie
is
is
die dingen,
Tusschen
omne quod
het altoos dezelfde almacht en
Souvereiniteit Gods, die óf naar de gestelde natuur-ordinanties óf er buitenom
de heerlijkheid Gods manifesteert.
Nu
is
intusschen
—
en hier
ligt
de grondfout
—
de wetenschap het stand-
punt gaan innemen, dat die ordinanties vaste wetten in
zijn,
die
besloten liggen
de natuurverschijnselen, en dat die natuurverschijnselen op zichzelf bestaan
buiten God. tige
Men
is
den kosmos gaan beschouwen
structuur, waarin
Of men gelooft
werken
allerlei
als
een zelfstandige, mach-
eigen inwonende krachten en gegevens.
men niet in God, wonderen geen sprake zijn, omdat er dan geen God is. Maar ook hij, die erkent, dat deze machtige structuur in den aanvang door God is geschapen, plaatst haar bij deze beschouwing naast en tegenover God. God dan
kan
van
of niet gelooft doet er
dan
niets toe.
Gelooft
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's