Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 695
college-dictaat van een der studenten
Hoofddeel zelfbewustzijn
God,
in
1.
Introductio.
gelijk het
Pantheïsme die
§
V.
met God-
drijft, gelijk
loochening. Volgt hieruit nu noodzakelijk de onderscheiding, ook
tusschen
ij
Gods en
n
eene tweeledige
hieruit
de
10
het z
relatie,
het Goddelijk b e
geboren
relatie
waarin het b e
w
waarin het z
n van
u s
u s
z
t
ij
n,
in
God,
dan wordt
:
z
t
w
n van
ij
God
staat tot het z
ij
n
van God, en de
29
De
relatie,
eerste relatie nu
Gods,
en
De naam van
ij
de k e n n
i
God
vermogens
De
niet
als
kennen van het
gevolg van eenen op
wat ondenkbaar
factor,
factor,
Hem
nooit
Goddelijke,
maar
is,
t
e n
is
bij
vermogen werkt
t
ij
n.
Gods voor
God van
buiten inwerkenden
ligt
a en a c
i
in
t
God, maar
niet buiten
van
dezen
term
in
op het
ons menschen
bij
u.
aanwenden
creatuur-
bij God weg. ten volle en volkomen de actus in God identisch zijn daaren-
en valt alzoo
God
altoos
zuiver, zoodat de potentia en mag het onderscheid tusschen het
z
de wil
zelven moet verklaard worden.
toepassing
tegen
en
God
zijn
ons menschen gevolg van ons
zondig bestaan,
lijk en
t
naar het bewustzijn
of niet, geheel of gedeeltelijk, zuiver of onzuiver
al
is
zijn
toegelaten het onderscheid, dat
van eenig vermogen, Het
de
in
voorkomt tusschen het p o Het
uit
Gods voortkomt,
mag
daarentegen
;
u s
waaruit de wederkeerige op elkander inwerking van het
en het bewustzijn
zijn
w
de tweede
op deze kennisse en dezen wil Gods
is
bewustzijn en het zich voegen van het
God,
in
Gods,
toegekend.
slechts in zoover toepasselijk, als het Zijn
be
staat tot Zijn
s s e
kennisse en wil worden dan ook door de Heilige
beide,
God
Schrift aan
is
;
het
vermogen des willens
vermogen des kennens logice
ook
bij
de beschouwing
van het Eeuwige Wezen worden aangewend, mits slechts
in het oog worde gehouden, dat hetgeen wij logisch onderscheiden en onderscheiden moeten, daarom niet ook essentialiter gescheiden is en zelfs niet kan
gescheiden
God,
en
zijn
in
God.
krachtens
God é é n. Wat eindelijk de
de
Hij zelf toch is
simplicitas
de kennende en willende
Dei
kennisse van den
is
de kennende en willende
Kosmos
en het
werken
van Gods mogendheid door zijn Goddel ken wil in dien Kosmos aangaat, zoo komt deze niet als een tweede nieuw ij
iets
Raad
bij,
uit het
kennen van God van Zichzelf en het willen van eigen maar is hierin begrepen er is niets in den Kosmos, dat niet
het
bij
;
kennen van God van Zichzelf en
uit
den Raad Gods
is
voort-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's