Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 695

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 695

college-dictaat van een der studenten

2 minuten leestijd

Hoofddeel zelfbewustzijn

God,

in

1.

Introductio.

gelijk het

Pantheïsme die

§

V.

met God-

drijft, gelijk

loochening. Volgt hieruit nu noodzakelijk de onderscheiding, ook

tusschen

ij

Gods en

n

eene tweeledige

hieruit

de

10

het z

relatie,

het Goddelijk b e

geboren

relatie

waarin het b e

w

waarin het z

n van

u s

u s

z

t

ij

n,

in

God,

dan wordt

:

z

t

w

n van

ij

God

staat tot het z

ij

n

van God, en de

29

De

relatie,

eerste relatie nu

Gods,

en

De naam van

ij

de k e n n

i

God

vermogens

De

niet

als

kennen van het

gevolg van eenen op

wat ondenkbaar

factor,

factor,

Hem

nooit

Goddelijke,

maar

is,

t

e n

is

bij

vermogen werkt

t

ij

n.

Gods voor

God van

buiten inwerkenden

ligt

a en a c

i

in

t

God, maar

niet buiten

van

dezen

term

in

op het

ons menschen

bij

u.

aanwenden

creatuur-

bij God weg. ten volle en volkomen de actus in God identisch zijn daaren-

en valt alzoo

God

altoos

zuiver, zoodat de potentia en mag het onderscheid tusschen het

z

de wil

zelven moet verklaard worden.

toepassing

tegen

en

God

zijn

ons menschen gevolg van ons

zondig bestaan,

lijk en

t

naar het bewustzijn

of niet, geheel of gedeeltelijk, zuiver of onzuiver

al

is

zijn

toegelaten het onderscheid, dat

van eenig vermogen, Het

de

in

voorkomt tusschen het p o Het

uit

Gods voortkomt,

mag

daarentegen

;

u s

waaruit de wederkeerige op elkander inwerking van het

en het bewustzijn

zijn

w

de tweede

op deze kennisse en dezen wil Gods

is

bewustzijn en het zich voegen van het

God,

in

Gods,

toegekend.

slechts in zoover toepasselijk, als het Zijn

be

staat tot Zijn

s s e

kennisse en wil worden dan ook door de Heilige

beide,

God

Schrift aan

is

;

het

vermogen des willens

vermogen des kennens logice

ook

bij

de beschouwing

van het Eeuwige Wezen worden aangewend, mits slechts

in het oog worde gehouden, dat hetgeen wij logisch onderscheiden en onderscheiden moeten, daarom niet ook essentialiter gescheiden is en zelfs niet kan

gescheiden

God,

en

zijn

in

God.

krachtens

God é é n. Wat eindelijk de

de

Hij zelf toch is

simplicitas

de kennende en willende

Dei

kennisse van den

is

de kennende en willende

Kosmos

en het

werken

van Gods mogendheid door zijn Goddel ken wil in dien Kosmos aangaat, zoo komt deze niet als een tweede nieuw ij

iets

Raad

bij,

uit het

kennen van God van Zichzelf en het willen van eigen maar is hierin begrepen er is niets in den Kosmos, dat niet

het

bij

;

kennen van God van Zichzelf en

uit

den Raad Gods

is

voort-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 695

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's