Dictaten dogmatiek. Locus de Salute, Ecclesia, Sacramentis - pagina 121
college-dictaat van een der studenten, niet in den handel
§ bindt,
De
8.
Fide.
99
bij
ongeloof
is
niet
vermogen
:
het schepsel in plaats van
mensch
;
geloof
hersteld,
wordt nu
deswege
in
den zondaar
zoo draagt
Tlrrrtc
Ook
dit
dan de negatieve werking van een ons ingeschapen
vermogen van ons bewustzijn.
het
en zoeken van
den Schepper.
bij
in
de nog onzondige
als
gedaan en het
te niet
geloof een bijzonder karakter en heet
dit
engeren
ongeloof
't
de werkelijkheid toch
In
God
een zondaar even diep afhankelijk van
blijft
Woord
aan de waarachtigheid van Zijn
twijfel
een steunsel
zin, als
aanduidend een geloof, dat zalig
maakt, wie verloren was. Dit
zaligmakend zondaarsgeloof komt
onze
in
menschelijke
natuur
maar
in,
menschelijke natuur hoorde, doch draagt
't
in
een vreemd element
niet als
wat
herstelt veeleer,
onze
tot
haar verwrongen wierd
slechts
;
nu dat gewijzigd en eigenaardig karakter, dat geëischt wordt
door de zondig gewordene natuur. Dit eigenaardige karakter bestaat hierin, dat
God-Drieëenig
geopenbaard
is
en
is,
God op
een daad van het geloof
uit zich dit
Woord God er
te
De
buigen.
zelf,
:
de Schrift
om
door
eerst
kennisse van dit
Woord
is
er voor, en zelf
het voor waarachtig
houden
en een persoonlijk vertrouwen op Hem, van wien
dit
is.
Dit zaligmakend geloof nu bestaat deels potentia, voorzoover
in
de wedergeboorte de mogelijkheid voor schiep, deels
habitus, voorzoover
God
ons besef voor vervormt en deels
er
actus voorzoover het tot dadelijke werking of uiting Uit
op
niet rechtstreeks
gelijk dit in
maar een vereischte
geloof slechts in twee deelen
Woord
van het
't
Woord,
Zijn
den Middelaar vleesch wierd,
in
dien Middelaar zich tot niet
maar op
gericht,
bekwaamd
de potentia zonder meer wordt noch de habitas, noch
habitus zonder meer de actus vanzelf geboren:
een een
wordt.
uit
elk dier drie
bij
in in
is
den
God
de Werker, die door den Heiligen Geest er de onderscheidene genade voor toebedeelt. Bij den actus echter, niet uit hij
het
bij
de potentia en habitus, komt
werk Gods een daad van den bekeerden mensch
het
is,
Omdat
die ten slotte zelf gelooft.
een actus van het bewustzijn
is,
leven van een kind, noch
volwassenen
is
er
uitkomen
niet in
blijft
Hierop
wezen des
onbewuste
bij
tijdelijke
onbe-
de habitus, maar de actus ontbreekt.
grondt
zich
de
tegenstelling
tusschen het wezen en wel-
geloofs.
historisch
onder het
in het
onbewusten toestand; dan
wel dispositie, mogelijkheid, en potentia en
wustheid
Het
bij
kan het
voort, zoodat
het zaligmakend geloof
geloof,
zaligmakend
moet evenals het
maar onder
't
tijd-
en wondergeloof niet
algemeen menschelijk geloof
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 728 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 728 Pagina's