Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 373
college-dictaat van een der studenten
§ staan. In 2 Tim. 2
ykp
13 lezen wij:
:
Nu
Ixurly oj S-y^xrxi.
is
sKcrjoc Tria-rog fzévUj a.pur;a-<x(T9rxe
el xTrca-ToD/xeu^
7rc<TTÓ<;
zijn
:
355
Dei.
trouw
zijn
aan een gegeven belofte. Al
wij ontrouw aan ons woord, zoo zegt de apostel,
worden zijn
De virtutibus
7.
Woord
gestand doen.
maar:
verloochenen,
de
uitspraak van
Hij
En dan
staat er niet
kan ïxurov
Heilige
niet
:
Hij
kan
Dat
verloochenen.
Schrift voor de lex aeterna
God tx<;
blijft
nochtans
ÏTry.yyi'Aixi;
is
niet
de gewichtige
Als wij eene belofte
:
moeten wij ze gestand blijven, omdat wij daartoe door Gods wet vereen van buiten af ons opgelegde eisch dus maar op Gods trouw plicht worden kunnen wij altoos aan, niet omdat God eerlijk is, want er is geen macht, die Hem kan dwingen om eerlijk te blijven, maar omóat Hij Zichzelven tot eene wet
doen,
;
;
is
en Hij
de
van
denheid
wezen
eigen
zijn
ethische
Hier geldt hetzelfde als
bij
kan verloochenen.
niet aperr,
mag
de verantwoordelijkheid.
negatief tegenover het ectype, door te
alleen
De
vastheid en de gebon-
uitsluitend gezocht
worden
in
Hemzelf.
Het archetype staat
niet
verwerpen hetgeen waaraan het
ook positief archetype, door de wet, waaraan de lex aeterna het ectypische zedelijk leven onderworpen is, te stellen, door creatuur. alle aan geven moeten te en uit Zichzelf te geven ectype
is
gebonden
;
maar het
is
De bonitas Dei. de Heilige Schrift genoemd nnib en ayxB-wTÓvr}. Al aanstonds „goedheid Gods" niet verwarre met zijne zij men op zijne hoede, dat men deze geheel „goedigheid", „goedertierenheid", „goedgunstigheid" enz. Dat zijn twee uiteenloopende begrippen. Vooral verwart men gemakkelijk „goedheid" en Zij
wordt
in
omdat
„goedigheid",
elkander gebruikt
die
in
het
Nederlandsch der oude schrijvers veel door
worden. Maar „goed" en „goedig"
zijn
twee.
't
Is
heel iets
professor, van een goed anders, of ik spreek van een goed of van een goedig van Gods goedheid. Wij belijden of van een goedig student. Hier handelen wij
God
is
goed.
oorspronkelijke is verwarring onmogelijk. Daar wordt voor „goedigander woord gebruikt, nl. niet a^jcS-ojo-iv/;, maar ^r^Trirr^q^ d. w. z. heel een heid" passendheid. Dus nuttigheid, bruikbaarheid, en ook wel ÏTriiiy.ux, d. i. de zich naar dien gekomen, ellendige een Wie, bij est. de qualitas eius qui utilis zoo weinig bij ellendige voegt, die is hem nuttig. Daarom passen wij dikwijls iemand, die in smart is, omdat er geen liefde en dus geen sympathie genoeg [In het
bij
ons
is.
ellendigen
Nu,
dit is
toestand,
de goedertierenheid Gods, dat Hij bij ons past in onzen Hij Zich tot ons neerbuigt om ons daarna op te
dat
heffen.]
23
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's