Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 163
college-dictaat van een der studenten
De essentia
§ 5
145
Dei.
Antwoord
opstanding van Christus, maar die anders sluimerde. plaatsen
dergelijke
en
van de opera ad
naar buiten openbaart, dan moet
Hij die niet
dan
waarbij
schepping,
één woord
in
van Efez.
1
ik
raadsel
ad
opera
1
:
19
opera
en
extra
als
is,
kxtx-
TTpi
geweest. Een beweren, en tot
tot leven
kan. Eene tegenwerping als op grond
komen
tot actie,
is
hoe zulk een God
rijst,
Neen, men onder-
19 gemaakt wordt, zou dus in absurdum voeren.
:
tusschen
scheide
het
natuurlijk
actie,
aannemen, dat God
van zichzelven gelegen heeft óf dood
Óf
/3:a?,c Kba-fiou
God geene
Natuurlijk, als ik zeg, dat er in
intra.
In Efez.
:
sprake van de opera ad extra, en wij handelen hier
is
ad
en de zaak
intra,
is
gansch
doorzichtig.
We
VI.
zijn
thans toegekomen aan de kwestie van de anthropomorphistische
voorstelling van God.
de
In
schelijke
:7XT
Heilige
x1> >:3T
eene
biedt
toch
Schrift
wordt God
Nergens geschiedt
voorstelling.
^^"^nN-DN n>Nni ^bstin
voorstelling
van
^niDm
God
in
ons dit
met
voorgesteld sterker
dan
in
eene
Exod. 33
men:
23:
Deze theophanie van God aan Mozes de menschelijke gestalte, zelfs met
van den mensch bijkans ook aan God wordt toegekend. Er is sprake van zijne voeten, beenen, ingewanden, hart, oogen, neus, mond, oor, hand, arm, schouder, in éen woord, bijna al wat uitwendig of inwendig onlnN en niet
D^^;.
Zelfs
deel,
dat
éen
merkbaar
Nu
is
bij
de
rijst
is
er in de uitwendige vertooning
de Heilige Schrift
in
den mensch, vraag,
we
niet
vinden het ook
bij
God.
hoe wij ons deze anthropomorphistische voorstelling
te
denken hebben.
De gewone opvatting
is
bekend
;
ze
is
deze, dat er van dit alles in
God den
niets is, maar dat, eenvoudig omdat aan ons menschelijk wezen deze membra worden waargenomen, in figuurlijken zin deze namen van de membra corporis humani op God worden overgedragen. Tegen deze voorstelling komt de paragraaf in verzet, en dat wel uit dien hoofde, dat op die wijze niet meer de mensch naar het beeld Gods zou geschapen zijn, maar God gefigureerd zou worden naar het beeld des menschen. De oorspronkelijke vormen zouden dan in den mensch zijn en de afgeleide op God worden overgedragen. En daar nu God niet het causatum is, maar de causa causans, en het alogiciteit is, indien men van het causatum
Heere
iets
zou
willen overdragen
geoordeeld.
Reden,
waarom
op de causa causans, zoo wij
ook
hier
is
heel die voorstelling
vasthouden aan de
belijdenis, dat
de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's