Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 636
college-dictaat van een der studenten
1
Locus DE Christo (Pars Prima).
88 dat
wil,
maar de Zoon, middelschakel
Christus,
niet
zoodat geen schepsel bestaat,
gestempeld
sel
Krlcrifjic
Ty.trriC
door den Zoon.
zijn
en
van
Schepping,
alle
Dat wil zeggen, dat Christus
Tr.oorirïjcjj
is.
Omdat de Zoon nu schen
is
vorm, gestalte, bestaanswijze op dat schep-
tenzij
het creatuurlijke middelaarschap heeft van engelen,
daarom
dieren,
die na den zondeval een speciaal karakter
men-
middelaarschap de grondvorm,
creatuurlijk
dit
is
aangenomen
heeft in het Heilsmid-
delaarschap van den Verlosser. Terwijl
S'ie
er ten
Er
een
is
komt, dat deze vormgeving door den Zoon nog geen
bij
leven wekt, machteloos
gegoten wordt
waaruit
maar nu
;
zoolang niet de H. Geest komt en de vonk ontsteekt.
blijft,
olijfboom,
de
komt
olijfolie
;
een lamp, waarin die olie
om
nog de vonk noodig,
is
haar
opdat
te ontsteken,
brande.
zij
Vandaar zegt Jezus dat
in
op den Pinksterdag
eerst
16:7:
Joh.
(let
het
u nut dat
is
Vandaar
wegga".
ik
op de teekenen van het
de tongen
licht in
vuurs) de voltooiing van het werk uitkomt. dien
In is
Hij
spreek
Aóysc
van
ik
nu
h
Abyoc en
in
is
en
op
alle
dingen drukt,
ik
van Zoon, dan
Spreek
van Aóyzc, dan spreek
ik
de wijsheid,
nppn;
8
Spr.
spreek
;
„Zoon".
op het wezen, maar op
ziet niet
In het bewustzijn
die het stempel
is,
niet hetzelfde als
is
Wezen
het
Aóycq
wustzijn.
Zoon het
dat de
nu,
zin
Aóyoc.
'o
a-o^pix
wel
ik
van het be-
bewustzijn.
vandaar heet de Zoon
;
een
't
zoodanige
in Joh.
nppn, die niet
is
1
:
op-
genomen,
evenals onze kennis, door analyse, maar die, evenals sapientia een
primitieve
volkomenheid
het inbegrip
liggen,
hebben,
door
zijn
h
(dioq
o
Aóyoq.
b
-r,u
van
kennis
aanduidt,
van de vormen
is
aller
hetzelve geworden.
Aóyst; (wat er gestaan had,
Wanneer
wij
waarin
dingen.
dingen afgebeeld
alle
Alle dingen, die
Vandaar dat Joh.
1
1
:
zijn
niet staat kxI
ware de Zoon bedoeld), maar i^hc
nu spreken van den Zoon, dan kunnen wij op
brengen een scheiding tusschen
vormen
persoon en bewustzijn.
Hem
r,u
niet over-
Alleen een onder-
scheiding.
God zijn
is
actus purissimus.
en wezen, want
Bij
Hem
bij
Hem kunnen
vallen
zij
Dat geldt van den Zoon evenzeer. purissimus.
saam.
kelijk in
zijn Bij
Wat
wij niet scheiden daad,
Hij heeft niet een Aóysc,
maar
wij voor ons begrip onderscheiden moeten, valt in
Daarom
staat
er
ook
:
bewust-
saam.
o
\bycc
c-xpi-
ïyiviro
—
niet
:
is
Abyo^
Hem
wer-
Hij
werd
bewustzijn vleesch".
deze woorden moeten wij waarschuwen tegen eene misvatting. Er
zekere neiging
om
ze aldus te verklaren.
De tweede persoon
in
is
een
de Drieëenheid
werd een vernederend menschelijk wezen. Dat en v.v.
Txpi^ dit hier niet
Was
kan beteekenen,
de bedoeling
:
blijkt
uit
den samenhang met vers 14
de tweede persoon ging
in
zijne
vernedering van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's