Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 313
college-dictaat van een der studenten
§ rekening
houden
te
De viRTUTiBUS
7.
met een
is
n^i^")
295
Dei.
en met een
Om
TVip.
denkbeeld
liet
in
zijn vollen
rijkdom voor te stellen, wijst de Schrift op het „Eer nog de aan-
vangen
er
waren",
met een
finis niet
^Tl^» zoodat
c^pyjfn
afgedaan
om
verleiden,
laten
niet
h
met een initium en
eeuwige
het
Wij moeten ons door de Vermittlungstheologie
is.
hetgeen voor dat initium en achter het
finis ligt te
laten glippen.
de tweede plaats moet het begrip van het eeuwige ons daardoor nader-
In
komen,
dat
God den Heere
wij
uit
de Schrift leeren kennen
hebben de ethischen
Hem
die
mag
kan noch
die rywi en
is,
En Xpavoq
voor ons
cessie
van
en riAsj, initium en
maar
Het
finis stelt.
omgekeerd instrumenten,
juist
zijn
wezen van den
Hij zelf het
geen machten,
die Hij in het leven
plaats
hebben
wij er
mee
te
rekenen, dat het begrip van
niet alleen het begin en het einde
omvat, maar ook de suc-
incisies, tijd
Ie
in
ligt
hetgeen die twee verbindt,
in die
men.
Een
van
eene
rivier
stroom aanvangt, maar het
in
is is
het
Hebreeuwsch
de bron, die
in
het
opeenvolging van
en oogenblikken' die éen machtigen stroom, den stroom des i^N"i
zijn
Maar
point de départ en Ie point d'arrivée.
tijden
een
begin en
in
omdat
toegelaten,
uitgeput in
is
momenten, die deze twee verbindt. Het begin en het einde
dan twee
niets
niet
dus staan onder zijne majesteit en macht. derde
de
in
God worden
echter voor
TVip^, b.pyjr\
insluiten,
roept, en die
eeuwige
Hierin
finis.
eindelooze. Het perk, aan ons, menschen, gesteld
en
begin-
het
einde,
het begrip van het
gelijk, dat
den
als niet in
loop der dingen bevangen. Hij poneert der dingen principium en
vor-
tijds,
niet het punt,
waar
dat punt van aanvang
ligt
en waaruit heel die machtige stroom voortvloeit. Dat „begin" vangt de wateren
den
van
die
op,
afstroomen, en tenzij er een bijstroom bijkomt, vloeit
berg
den stroom geen ander water meer
aan
oceaan
oneindig veel meer dan
den
bij
Dat
mensch.
stuk
het
dat
alle
in is
het oog,
Er leid
het
om
van
in
bbr\
optrekken Nooit
met een vloeit.
ook gebezigd. Daarom
hebben
vir\, nv"i,
Gelijk
in
zin
den
maar een stuk van
niet
alle leven
zijn
Zoo
den
lichaam, maar het stuk, is
ook Christus
bij
Diezelfde gedachte houde
uitstroomt.
beteekenis van
n"'iy"i
in
het
zijne
men
te vatten.
Hebreeuwsch, n^nn, afge-
van doorboren. Maar dat wordt alleen gebezigd van
strijd,
nooit als er sprake
wij daarbij te
een
in
ligt er in n^is^l
ons „begin" en „aanvang". Ziet het maar aan c'NI
volle, rijke
den
tot
aan zijne uitmonding
toe, tot
nog een tweede woord voor „begin"
is
ping.
de
hier
andere ^iA/j moeten dienen.
kerk het Hoofd, waaruit in
wordt
toe. Datzelfde ^ir\ nu
hoofd,
is
van het begin der schep-
doen met een nudum
initium,
eene bron, eene fontein, waar
de aesthetiek de rechte
lijn
maar altoos
alles uit voort-
symbolisch voorstelt de
uit
éen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's