Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 687
college-dictaat van een der studenten
Hoofdstuk Boëthius noemt gewoonlijk
De
III.
drie
Personen van het Drieëenig Wezen.
onder
woord
het
Individuum beteekent niet wat wij
naturae.
dit individuatio
verstaan
253
„individu", dat eene min respectabele
beteekenis heeft, daardoor dat het, behalve van den mensch, ook van boomen, dieren
eet.
zoover
is
gezegd worden
kan
meer
Boëthius' zeggen gaat door. Er
de
die
zilvereik,
is
eenvoudig aan, dat de splitsing
te splitsen
valt.
eene bepaalde schakeering onder de eiken,
meer vatbaar voor specialiseering, daar hebben
niet
is
duidt
het
;
voortgezet, dat er niet
wij
dus een individuatio van den zilvereik.
Nu moet eik
heeft,
wezen, eene oorzaak, waardoor de natuur van dien zilvereik
er iets
den eenen
in
is
zus,
in
den
anderen zoo uitkomt
de hypostase die zich
in
eiken eik
het eigenaardige, dat elke
;
uit,
de hypostase draagt dus
de natuur.
Komen leven,
van
nu
wij
dit
algemeene op
op de hypostase van het op zichzelven staan,
zijn
die
rig
weer,
dat
redelijk
gemaakt wordt,
fout die telkens
wij
wezen, dan staan wij voor de groote
deze dat wij
nl.
terwijl
op ons menschelijk
het bijzondere,
altijd
denken dat
leden zijn van het groote lichaam
alleen
wij
wezens
de Heilige Schrift er ons op wijst geduhet menschelijk
:
geslacht.
Dat eene
menschelijk
y.u3rp(ji7rtvr]
geslacht die
(pCa-eg,
de individuatio naturae
Neemt men
het
menschelijke in
nu
terwijl
begrip van
„persoon" nu zóo, dan
die
onderscheidene
dat
buiten
in zijn
Hem
Wezen
Echter
wanneer
ons die natura uiteenvalt
in
personen
geen
is
er
rationalis.
God
saam
in
bij
die
is
substantie
onderscheidene personen en
éen lichaam vormen,
staat. Hij is
ook toepasselijk
het
is
op den engel en op het Goddelijk Wezen, want ook
maar
daarom
natuur,
den persoonlijken mensch,
Dientengevolge noemde Boëthius den persoon
het „ik" tegenover het „ik".
in
éene
heeft
zichweer individualiseert
de eenige God,
is
het in
God
zóó,
alle individuatio
ligt
zelf.
moeten wij
ons wel wachten voor verwarring.
wij spreken van drie Personen in het Goddelijk
mede bedoeld
zijn vier
De meesten gelooven
personen.
Velen denken, dat,
Wezen, daar
dat er
eigenlijk
een persoonlijk
is
God en in dien eenen God drie Personen, dat is echter eene fout waardoor men van de waarheid in God afglijdt. Omgekeerd moet men zeggen Wij :
belijden een persoonlijken lijk
leven,
omdat
het in
Het in
dat
God
in
Hem
wij
in
God
hebben alleen
persoonlijk leven.
juist in zijne driepersoonlijkheid
absoluut volmaakt moet
driepersoonlijke ;
God,
ons menschen eenpersoonlijk
is
eene
is,
is
in
God
;
het persoort-
driepersoonlijk,
zijn.
de hooge vorm van het persoonlijke leven
zwakke afschaduwing
in
ons menschelijk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's