Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 242
college-dictaat van een der studenten
LOCUS DE Providentia.
242
mensch
De kosmos
i).
van
motief
het
motief
God
in
geocentrisch,
is
den itosmos
werk
zelf
En dat geschiedt
uitspreekt.
hominis
op den mensch
;
voor,
blik
de
gaf
God
eenig beheerschend
Het kunst-
staat Zijn beelddrager.
subjectief motief
hebben
God
in
zelf
;
maar
in
zoo
en
den beelddrager Gods, den mensch. De Canon
in
in
ligt
mensch, zoodat ze geschapen werd ad ook de plantenwereld en de stoffelijke wereld
den
is
centrum aangelegd.
als
Dat rapport van Calvijn
den mensch en op de aarde
in
motief datgene, waarin de wezensgedachte zich het sterkst
is
voor de dierenwereld
imaginem
zijn
omdat
zijn diepst ligt het
Het naast nu aan
zelf.
werk der schepping moet het
Op
Hgt.
alle
God
verwaarloosd.
is
hem volgden, hadden er geen soteriologische. Waar nu de Christenen het doch
;
oog voor het
alleen
rapport verwaarloosden, riep
den kosmischen bouw
van
deelen
uitgangspunten
die
zij,
om
physiologen en philosophen op,
den
stijl
in Zijn schepping te verkondigen en de Theologen te geeselen. Die menschen vonden evenwel wèl het rapport van de deelen van het kunstwerk onderling, maar niet het rapport met den oppersten Bouwmeester.
de objectieve voorstelling
In
is
van heel den kosmos de Christus
Ziedaar
de
subjectieve
van Gods wege
De mensch
als
is
Daarvan
wel
is
omdat de zaak, zooals ze
in
te
onderscheiden de
onze voorstelling
causa secunda, handelt zelfbewust en door eigen wilsaandrift.
is
stand van den mensch denkt de mensch zich zoo maar
heeft
dat
zoo gewild. naar
er
God
richt
en
er zijn
nu
providentia
mensch
den
lings
H.
dreigend
En
S, 1)
wordt
's
menschen
existentie
rapport
tusschen
we met
In
tot
die
het
God geschapen
uitwendig
den
een voortdurend op:
en daarnaar
van
bestel
's
ethisch.
menschen
de subjectief-reëele beschouwing van de
immanentie
dat
krijgen
en is
we
te
waarmee God
doen,
in
de voorstelling van een Voorzienigheid, die beurte-
beloonend met ons omgaat. juist het heerlijke
van
Die voorstelling geeft ons de
dit geloofsstuk.
De uitdrukking „anthropocentrisch" gebruik in
is
doch God
niet,
verhouding
omgaan met den mensch. God behandelt hem
inwendig bestaan,
hebben
Zijn
ingaat, de menschelijke bestaanswijze als factor in Zijn handelen
Zoo
opneemt.
dus
In
ingericht.
eigen zedelijk leven, door
zich in Zijn
Zoo komt leven
zijn
erop
leven
Zijn
geregeld.
neergaan van
en
is,
realiteit heeft.
Dien
mensch
middenpunt
hier
de tweede Adam,
beschouwing.
objectieve
voorstelling,
Dus
centrum de mensch.
ik niet,
Stonden
omdat
die meestal
tegenstelling met „Christo- en Theocentrisch", waardoor
anderen gedachtenkring komen.
we
we
in
niet in
genomen
een geheel
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's