Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 214

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 214

college-dictaat van een der studenten

2 minuten leestijd

Locus DE Deo (Pars Prima).

196

dan ook de Heere Jezus zegt: „Zoo wie een van deze kleinen, die in Mij gelooven, ergert, het ware hem nutter, dat een molensteen aan zijn hals gehangen en dat hij in de diepte der zee verzonken ware", dan is bij deze

als

het motief hetzelfde als

uitspraak

de vloekpsalmen, en dan

bij

goddelooslijk, gelijk velen deden en doen, zeggen:

want

juist

daarom

uit

staat",

Bijbel

de

liefde tot

God

is

mag men

„Hoe jammer, dat

niet

dit in

den

deze uitspraak postu-

het, die

leerde.

Mogen

wij

deze vloekpsalmen,

gedragslijn voor onszelven afleiden, dat wij

wijze van consequentie, deze

bij

moeten haten wie

in

onze omge-

want dat weten wij niet; God wijst ze ons nu niet ving God meer aan. Bij Israël was het duidelijk aangewezen, wie de vijanden van God en zijn volk waren. Was dit ook bij ons het geval, dan ware niet-haten lafheid. Nu is het eenvoudig uitstel van executie, dat de vloekpsalm nog niet haten? Neen,

op onze lippen bij

Israël

hemel

in

den

haten

vervallen

zijn.

Straks, als het k^?^x rob 9-cov

leeft.

was,

den dag des oordeels

zullen

Zij

niet.

gelijk het

zijn

rijk

den

in

voor eeuwig

zich die gezaligden denkt zonder haat in het hart, en

En wie

wel een haat, die op hetzelfde toestand

openbaar wordt,

dan zullen de gezaligden

zijne engelen en die aan

met

Satan

nl.,

peil staat als

hunne

liefde, die verstaat

absolute liefde bezitten voor

de

God

en

zijn

hun volk,

daarom ook absoluten haat voor Satan en de zijnen. In de Schrift is dus de liefde gansch wat anders dan in de wereld. Daarom is het ook zoo pertinent ongeoorloofd, onze uit de wereld meegebrachte voorstelling van liefde over te brengen op God den Heere. In de wereld hebben wij te doen met eene wederzijdsche gehechtheid, met medelijden, inschikke-

maar

juist

het

lijkheid,

veel voor een ander over

hebben

enz., altegader peripherie-ver-

tooningen der liefde, blaadjes en vruchten van den boom der liefde, maar niet de stam en wortel. En waar men die valsche voorstelling nu niettemin toch op God is gaan overdragen, natuurlijk, daar heeft men vanzelf de Schrift weer-

sproken en beweerd, dat en

over

bloed, dat door

wanbegrippen waren

alle

Hem

gebazel over eene

straf, die

God zou

vorderen,

wierd geëischt, niet dan vinnige oud-Joodsche

van haat enz. Zoo heeft men

de wijze, waarop de liefde Gods

in

de Schrift

is

feitelijk

gereageerd tegen

geopenbaard.

Want

hoogste openbaring van de liefde Gods geweest, dat Hij zijnen Zoon

dit is liet

de

ster-

ven op Golgotha. In bij

d.

die

Schrift

God den w.

liefde.

z.

hebben

Heere.

Bij

wij te

God

doen met den stam en den wortel der

van de zichzelf genoegzame

Men mag

moet den term

hier uit zelfliefde

liefde

draagt de liefde dies het karakter van de Urliebe, liefde,

den aard der zaak bezigen.

en dat wel bepaaldelijk van zelfniet

spreken van zelfzucht, maar

En metterdaad, God de Heere mint

niets

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 214

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's