Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 511
college-dictaat van een der studenten
Hfdst.
Het Bewijs voor de
n.
Zien wij nu vers 9 ren
haar
tot
vatten
:
vers 18,
den.
Terecht staat
„Toen zeide de Engel des Heewat wij zouden kunnen op-
enz.,
gebod des Heeren door Zijnen engel, maar nu woorden lezen die van eenen engel niet kunnen geldan ook in onze vertaling het woord „Ik" met groote letter, wij
geheele
het
:
uwe vrouw"
tot
77
uitgesproken
waar
volgt
omdat
dan lezen wij daar
in,
Keer weder
een
als
Heilige Drieëenheid uit de Openbaring.
ons
verhaal
wil
te
kennen geven, dat wij
hier te
doen
hebben met een Goddelijken Persoon, van Wien dingen verteld worden waar-
God
over
macht
alleen
maar
meerderen",
zeggenschap vers 9 de
zal
er niet staat „de
doen, daar volgt dat
dit
Heere
zal
uw
"^Ni^p
is,
daar
zaad ver-
die hier verschijnt,
Hij,
over de generatie, en waar Hij dezelfde Persoon
heeft
T\'\r\'
Waar
heeft.
„Ik"
die in
is
het duidelijk, dat het een Goddelijk Persoon
is
is,
die verscheen in den Engel des Heeren.
Nu
verdient
de
het
opmerkzaamheid, dat
uwe verdrukking gehoord"; en
heeft
ons dus dat wij hier hebben
dit,
er
in
gevoegd
vers 11 volgt: „de Heere
bij
het voorafgaande, toont
:
menschengedaante
10.
de manifestatie van een engel
20.
dat die aldus verschenen engel Goddelijke scheppingsdaden arrogeert
Persoon weer
30 dat toch die
13
wordt
ons
;
en
onderscheiden van Jehova.
is
verder
in
Hagar zelve voorgesteld
ving,
als geen dupe van maar zichzelve volkomen bewust van de openbaring die zij ontzooals blijkt uit de woorden „Zij noemde den naam des Heeren die tot
haar
sprak 'NT W'.
vers
In
een
illusie,
:
aangeven,
Het
naam van
den
niet
haar verschenen
opmerkelijke
was; en
in
is,
dat
zij,
naar deze woorden
ü^n^N aldus noemde, maar van dien Jehova die
daaruit
doen had met een God die
hierin
spreekt dus duidelijk het besef, dat
eene Differenzirung van Zijn persoonlijk
zij
te
Wezen
zich aan haar openbaarde.
Cap. 21 van Genesis krijgen wij nu het 2^^ verhaal van Hagars vlucht
In
ook daar zien
„Wat
is
verscheen een
u
volk
van
Hem
strekking
weer
vers 17 dat de engel
in ;
men zou dus zeggen
maar nu vinden
;
groot
alleen
wij
Hagar" enz. stellen",
die
wij
wat
ook
hier weer, dat er volgt
om
ons
in
zien eene persoonlijke openbaring van
is
;
ook
hier is
den hemel
„Ik zal
:
hem
tot
dus weer de bepaalde
dien daar verschenen
God
uit
de macht van het creatuur, maar
niet staat in
met almacht bekleed
van het verhaal,
Hagar toeriep
dat hier een bode des Heeren
zelf.
nlrr» "^N^?? te
Ook hebben
wij hier
doen
weer de
Differenzirung der personen, want hoevv'el die engel hier zoo spreekt, spreekt hij
in
vers
17 van
„God", en
terwijl hij zegt:
„God
heeft naar des jongens
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's