Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 512
college-dictaat van een der studenten
§
Na den
De Foedere
7.
gratiae communis.
val berust het voortbestaan in
geordenden staat
niet alleen
van ons geslacht maar evenzoo van de wereld louter op genade. Zonder tusschentredende genade zou de dood, die een vijand Gods
kosmos
in
Alleen de genade voorkomt
hebben getriomfeerd. die onverwijld
na den val tegen Satan en dood
dit,
ter
geslacht en van de wereld optreedt, vloeit terstond uiteen
is,
over den
de doorwerking van den vloek terstond en zonder overgang en deze genade,
behoudenis van ons in
tweeërlei bedding
eenerzijds als een genade, wier wateren voortsnellen naar het
;
regnum
gloriae, en anderzijds als een
genadestroom, welks wateren
dit
aardsche leven tot op den dag des oordeels besproeien en van dorheid verlossen
:
de gratia communis en de gratia
Wat nu
de
gratia
den vloed aan Noach verbond),
als gratia foederis
ook de
gelijk
particularis.
communis aanbelangt, zoo wordt deze
eerst na
geopenbaard (het Noachietisch
gratia particularis eerst
bij
Abraham
den
in
verbondsvorm aan menschen wordt kond gedaan (het Abrahamietisch verbond).
Dit
mag
communis
gratia
echter niet alzóó verstaan worden, noch alsof de
eerst na
den vloed begon
te
werken, noch alsof ze
na den vloed het foederale karakter verkreeg.
eerst
communis
gratia
Dit
kon
De
niet.
moest intreden op hetzelfde oogenblik, dat de vloek
begon, anders zou de vernieling van den wereldbrand onverwijld
doorgegaan. overmits
er
En ook, ze kon geen
mensch denkbaar die
het
in
Adam
anders dan foederaal van meet af
Ze openbaart zich dan ook aanstonds zelf
inligt,
en Eva zal doorgaan
;
en
wel ten
schelijk geslacht in staat zal
menschelijk bestaan
komt
in
te
blijft
in
de belofte,
Eva baren
z.
en ten derde, dat het men-
;
worden gesteld
zijn
brood
te
winnen,
d.
i.
ontwikkelen door eigen inspanning. En voorts
de heenwijzing naar het zaad der vrouw.
Adam
Ze vertoont eenerzijds
w.
zal, d.
de toezegging zelve de foederale natuur dezer gratie
de eerste periode van
van
eerste, dat het leven
ten tweede, dat
dat het inenschelijk geslacht in stand
zijn
zijn zijn,
dan foederale betrekking tusschen God en
andere is.
vonnis
niet
in
tot
deze
Noach nog
Toch draagt deze niet
uit
haar normaal karakter.
periode een hooger exponent
longaevitas der eerste geslachten, en
in
door
gratie in
in
de
de eerste groote menschelijke
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's