Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 423
college-dictaat van een der studenten
§ aangeroepen worden,
Naam
want dan
is
De virtutibus
7.
als
men door de
vijanden
waarvoor men
het des Heeren zaak,
405
Dei.
Gods aangevallen wordt,
strijdt.
*)
eerst moeten hebben. Wij zien dus nu wel in, dat wij deze plaatsen niet het heel andere Hoe wordt de almacht Gods dan in de Schrift aangewezen? Op eene zij teekent ons de maar definities, min veel theologie, geene
De
wijs.
Schrift geeft
almacht Gods
Zijne daden.
in
Zij
ons die sterke macht zien. Dat is het definitie, en de openbaring der Schrift.
laat
verschil tusschen eene dorre leerstellige
overmeesterd en neergedrukt, zoodat hij almachtigen God. zichzelf klein en ootmoedig gaat gevoelen tegenover den dat Hij De Schrift toont ons Gods almacht door te wijzen op de schepping, de
Bij
wordt de mensch
laatste
in zijne ^esfadf;g^e de Formeerder van hemel en aarde; door Hem te teekenen en reddende zekere zijne van overwinning op zijne vijanden door te verhalen het werk van spreken macht, die van Hem over zijn volk uitgaat en door te en Christus, van den der herschepping, principieel gewrocht in de opstanding wederom die palingenesie daaruit voortvloeiende in het werk der palingenesie, en is
;
;
voorbeeldende
geven ntt^ bij
11
:
Nieuwe Testament komt
het
In
de mx^SJ.
in
den term van
in
citaten uit het
de uitdrukking „de Almachtige", weerge-
wel voor, maar meest
TrxurcKpxrf^p,
Cf. 2 Cor. 6
Oude Testament.
:
als vertaling
18; Openb.
1
van
:8;4:8;
17.
algemeenen zin, Voorts vinden wij wel uitspraken over de almacht Gods in geeft een maar geen van alle drukt toch het volle begrip uit. Hand. 17 : 25 maar gansch geen van de meest volledige beschrijvingen van de almacht, logische definitie rsiJè J^Jo-zc TTxa-iv
1 T<^y
Tim 6
Kx! TTVzry
v^v,!^ :
15
ötto %itpfhv
:
PxmXvA'jT'^y
--rv Kxl
y.xt
y.x'.ps^^
KCpccg
kv^ptjiTrbw Srzpxn-jZTxi
rx
7rpo(rSeófi£yi><; rivcc,
xjtcc
ttxvtx.
ISioic
Sil^^a o
ixxKxpiocKxl ptóvog^uvacn-nc^o fixa-iXvjq
To-y K'.pce^óuTojy.
Wel
velerlei uitdrukking
van de
omnipotentia, maar van het begrip als zoodanig geen omschrijving. Jes.
41
:
4
:
Kin-^:N
D^yinN-PNi pirx-i mn^ ^ix t^-\p, mi'^n ir\p
noemden onze vaderen de primitas Gods almacht, maar niet gedefinieerd. 36 'in Hetzelfde geldt van Rom. 11
Dit
:
:
Dei.
Ze wordt
if xWo'j
y.xl
r\m
^ys-D
wel geteekend,
hier
h' xLroï. kxI dq xurhv ra
TTX'JTX
Hebr. achtige
1:3:
(pépw re tx ttxvtx
teekening
van
den Atlas, die
alleen door een woord, dat van
*)
t'v pr/^-^r'.
alles
rrc Si>uxfiiw xjTcJ
op
zijne
.
Eene schilder-
schouders draagt, en dat
zijne lippen uitgaat!
Vergelijk voorts het gezegde op pag. 245 van dezen locus.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's