Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 688
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Christo (Pars Prima).
140
Daarom komen
om
pogingen
De
die beide, het Gnosticisme en Arianisme, gelijk
óf het Goddelijke öf het menschelijke elastiek te
menschelijke geest kan
pogingen hebben recht, omdat,
lijke
aan
zelf leed
—
kruis!
't
;
het zijn
maken.
Deze mensche-
dien doolhof niet uitkomen.
uit
op
de Patropassiaan komt en zegt
als
God
:
het christelijk bewustzijn hiertegen revolteert en zegt:
dat kan niet.
kwam men
Uit deze spanning
Men
eerst
door het dogma der heilige Drieëenheid.
God de Vader niet mensch was geworden en eveneens dat men geen derde tusschenwezen tusschen schepper en schepsel mocht aannemen. beleed, dat
En toen
is
er
is
Ja het
;
de blik van
't
geloof geopend voor het mysterie der heilige Drieëenheid.
een dilemma, maar de oplossing
wel
maar dat het ego van God in breking komt men tot de belijdenis, dat maar de Zoon mensch is geworden. Aan
aard
dus
is,
Door
die
de Vader en niet de H. Geest,
die belijdenis der Drieëenheid hangt
alles.
Als
nu
Christus
KTi<Trr,q
heeft
is,
subject met het subject van den 10
10
Joh.
:
h
30;
i.
God, uitgesproken ? Zie hiervoor:
geen andere verklaring toe; het
laat
ilvxt
Christus dan ook de identiteit van zijn
y.Ti(iTr,q, d.
van het subject, anders zou er staan
ïu
e'c
v.-jxi,
n.1.
op de modaliteit
één
;
ziet
is
identiteit
door eenheid van bedoelen,
streven en zin, zooals ook wij het „eens" zijn met iemand gebruikt, ziet
om
van gelijken
niet
drie personen uiteenvalt. niet
ego van
hierin, dat het
ligt
eeuwig goddelijk Wezen en van ons menschelijk wezen
;
eens, adverbialiter
op de samensmelting van wezen. Daar-
kan het alleen gezegd van man en vrouw, die eerst één
zijn
geweest en
toen providentieel gescheiden, 20 Joh. 14
sproken
;
9; hier wordt tegenover derden de identiteit van subject uitge-
:
Hem
wie
30 Joh. 5
:
zag, zag
den Vader.
19; op „ó;ac«>V valt de nadruk; daarin
ligt
de geheele gelijkheid
uitgesproken. 40 Joh, X;ai,'j
ook de
5
identiteit
clusieve.
14
;
:
daar
ligt
van het leven
ader, de bron
50 Joh,
waar het kenmerkende onderscheid van God is het l%ti'j in de verklaring, dat de Vader dit aan den Zoon gaf, van Vader en Zoon opgesloten. God is de fontein, de spring-
26
:
kx'jT']),
'vj
:
1
Tta-reCere
;
Niemand kan
het eeuwige weezen,
dit
;
en dat wordt hier ook van Christus gezegd. rsv Qzhv xxi
e!c
i'i;
È/ui
na-rcüzri.
zeggen, dan die identisch
Er staat niet
,a£
of
het staat dus grammatice en syntactice
f^y.
TirrrvjiTi^
is
maar
volkomen op één
Dit
is
het con-
met het subject van Tna-TiUrs.
lijn
eL-
ïfii
met Tia-nUrc
;
iJ<;
Waarom is dit nu het conclusieve? Het verschil tusschen allen mensch God is, dat absolute xtVr^c alleen bij den eeuwigen God op haar plaats is. Wat toch is het verschil tusschen Tria-rn; en al wat daarnaast loopt? Overal, 0ejv,
en
waar
ik
moment
zelf in
de
onderscheid, ziel,
waar
zelf
oordeel,
daar
alle zelfstandigheid
en
is
geen
alle
ttittic.
TLIttic is dèt
oordeel ophoudt en
men
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's