Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 678
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Christo (Pars Prima).
130
op één
gaan
te
lijn
plaats van
Hem
Verlaagt
Hem
in
tot
men dan
niet, in
een hooge mensche-
natuur?
lijke
Nog meer wordt zeggen
wil
met de kinderen Gods?
stellen
aanbidden, het goddelijke
te
nata
natura
maar
niet passief
;
nagaan wat natuur beteekent.
dit duidelijk als wij
quae
ea,
est,
actief
perfectum maar futurum
niet
;
Natura
die baren, telen, voortbrengen zal
zij
;
niet
= quae genitura
est.
Deze
aanduidt
futurale vorm,
de t
(in
woord (pCa-i^; hier is alleen maar de substantieve vorm op mg, die de actie
ook
zelfde beteekenis ligt
genomen de
niet
het ürieksche
eenigszins het futuraal begrip),
ligt
en
in
dus
^-^vy beteekent evenals
en na
nasci
„telen"
Latijn
stammen, die beteekenen voortbrengen, producere. vis;
zich
in
^icrcc
het
gelijk
is
„teling".
eigl.
vis
naturalis
$c/
zijn
„Triebkraft" dat
;
het Grieksch en
in
—
Natura involveert het begrip van
is
natuur.
Als
wij
natuur onderscheiden van het begrip wezen, substraat en sub-
nu
dan
stantie,
wezen
beduidt
:
bijv.
is
waardoor het
het organisch geheel van trekken
eene schepsel van het andere onderscheiden wordt.
Het wezen van een dier
Waarom
anders dan dat van een mensch of engel.
Omdat God de
?
wezen van een dier anders getrokken heeft dan voor een trekken mensch of engel omdat m. a. w. elk hunner andere notae necessariae heeft. Het wezen van een mensch is er dus eerder dan de mensch zelf, d. w. z. hoe de mensch voor
het ;
zijn
zou lag reeds
De
substanties
wezen dus
het bestek
in
wezen
het huis in
Gods
gedefinieerd voor
van den
er is in het plan
de deelen, waaruit
zijn
anders dan de substantie
iets
iets ;
er zelf
hij
architect, voor het
bestaat;
zijn
bij
was. Evenals
nog gebouwd
een mensch
is
is.
het
de samenstellende deelen on-
derscheiden van de notae necessariae.
Het
substraat
van
wezen
heerscht.
Het wordt substraat geheeten, omdat het onder dat
den diepsten grond van
Maar
deze drie
uit
wordt nog geen er
:
dier,
werking inkomt,
mensch
een
is
zijn
ik.
Dat
is
de Koning die
in
het
alles ligt,
alles aanduidt.
het
het organisch geheel en de samenstellende deelen
ik,
mensch
als
er
of engel geboren.
actie
Die ontstaan eerst reëel als
openbaar wordt.
Die actie nu
is
niet vrij,
maar gebonden aan de eigenaardigheden van dat wezen en de mate, waarmee die actie werkt, wordt bepaald door het substraat, het ik. En die kracht nu, die zich in dat wezen openbaart naar den aard van dat wezen — dat is de natuur.
Een
kraft
en te
De
eik.
de natuur groei,
een uitgangspunt.
eikel is
van den
van den
maar niet.
telkens
kracht,
dit
De is
houden en
is
eikel.
Het wezen van den
waarmede
Was
uit
den
eikel
eikel ligt in het bestek
de eik opgedreven wordt,
die kracht nu niets meer, dan
zoo niet; wanneer die eik volwassen
is
was
is
het enkel
eindigt de Trieb-
bladeren zullen verwelken en afvallen, de bloesems verdorren
weer die Triebkraft, die natuur noodig, zijn
karakter te bewaren.
om den boom
in
stand
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's