Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 500
college-dictaat van een der studenten
LOCUS DE FOEDERE.
106
vruchtbaar en
vermenigvuldigt,
en vervult de aarde, en onderwerpt haar, en
hebt heerschappij over de visschen der zee en over het gevogelte des hemels
en
over
het gedierte, dat
al
mensch over de natuur
als
op de aarde
Daarin
kruipt".
zoodanig heerschappij kreeg,
ligt
tevens, dat de
„Vervult de aarde
't
genomen wordt in haar samenhang en beteekenis voor den geheelen kosmos. De ziel van Adam beheerschte Adams lichaam. Hoe het met zijn lichaam ging was maatgevend voor het paradijs. Het paradijs beheerschte de aarde weer en de aarde den kosmos. Zoo was er één geconcatineerd levensverband tusschen de ziel van Adam en den ganschen kosmos. En Adams taak was het nu om krachtens dat psychischphysisch verband heel dien kosmos vóór God en tegen Satan te verdedigen. Het proefgebod staat dan ook niet buiten samenhang met de oorspronkelijke ordinantiën, maar grijpt daar onmiddellijk in. De vraag is Zult gij Adam, de souvereiniteit inhaerent in u zelf hebben of onder God ? Heb heerschappij, heb souvereiniteit, zegt God. Die souvereiniteit echter heeft hij ontvangen. Dus niet aan hem staat bij deze afgeleide souvereiniteit de beschikking over de natuur. En als teeken nu daarvan moest er één puntje zijn, waarop Adam wist daar mag ik niet aankomen dat is van God. De toekomst van hemel en aarde werd gezet op de spil van dit eene vraagstuk Zal Adam inhaerente of afgeleide souvereiniteit hebben"? De standpaal nu in het paradijs, waarop stond „Gods Souvereiniteif' was de boom der kennis des goeds en des kwaads. Daar zat alles in. Als de mensch Gods souvereiniteit erkent, dan verblijft Hem al de eere, dan wordt Gods souvereiniteit ongeschonden bewaard. Anders niet. Stond die mensch daar alleen ? Neen, op het oogenblik van zijn schepping dringt reeds op den mensch aan de macht uit de gevallen engelenwereld, die onderwerpt haar" staat er echter
en
bij,
omdat de aarde
hier
:
:
;
:
:
deze
moest
wereld
Adam
aan in
schappelijken
eene
punt
God ontrukken
vijand.
in
's
Nu komt
menschen
Satan aan en maakt het niet langer is,
onder
maar kunt
verkeerd,
betrekking
Daarom,
wil.
als
bondgenoot van
zijn
God
onvergankelijke trouw dien kosmos l'D^ tegen beider gemeen-
God
tot
het
hart
te
bij
dien eenen
breken.
En
boom
juist
instrument van verzoeking.
te staan
om
van
Hem
te
er
op aan
het
dat
dat ééne puntje grijpt Hij zegt
:
Gij behoeft
vernemen wat goed en kwaad
het zelf bepalen. Juist dus dus de kwestie der souvereiniteit.
wanneer men
om
Werkverbond beschouwt
als
't
Is
dus
een verbond met
van de zedewet gesloten en dat daar dan bovendien nog een proefgebod bijkomt. Neen, boven de wet staat de Wetgever, en Diens autoriteit moet erkend. Het doet er veel minder toe, of alle geboden overtreden worden, dan of de autoriteit zelf geschonden wordt. Daarom wordt in alle tot,
ter wille
;
landswetten elke overtreding tegen den koning dubbel zoo zwaar gestraft. het nu zoo'n groot verschil, of men majesteitsschennis pleegt
in
Is
een blad, dan
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's