Dictaten dogmatiek. Locus de Magistratu, Consummatione Saeculi - pagina 611
college-dictaat van een der studenten
§
De
4.
135
signis praecursoriis.
gouden schalen, gevuld door den toorn Gods en deze
loopen achter
fiolen
el-
af in ditzelfde hoofdstuk.
kander
Cap. XVII
luidt
1
:
dan het einddrama
in
het eindoordeel komt, de Christus
:
verschijnt, het nieuwe Jeruzalem daalt neer.
Openbaring
de
Heel
met eene deeld
tragedie,
nu
en
;
hoe het
het
Gods
uit
waarmede
komt,
slottafreel
de opvoering
zijn
zou
;
bij
als
een einde
alles
het schrijven voor-
zoo ook heeft Christus
het,
nadat
aan zijnen apostel als in een
had afgelezen,
raadsbesluit
vernuftig
dit
de
bracht
het
totdat
getoond, opdat die het zou opschrijven, zooals het eens gaan
perspectief Juist
bij
ermede
is
waarvan de afzonderlijke bedrijven de dichter eerst die afzonderlijke bedrijven afspelen onder
Gelijk nu een Aeschylus of een Sophocles zich
stelde,
Het
behoorlijk zijn inge-
symmetrie,
innerlijke
neemt.
Hij
laat
dus één samenhangend visioen.
is
die
schrijven,
ertoe
Rationalisten
om
ineenzetting
rechtmatige
zal.
van het geheel
daaruit te concludeeren tot de bedriegerij
van een vernuftig schrijver.
Doch deze hunne conclusie is harmonieën, waarmede wij werken dan vormen, die wij
anders
niet
Heere
symmetrie
der
Het
?
en
proportiën
der
toch
zijn alleen
zijn
de symmetrieën en
symbolische vertooningen,
aan de natuur hebben ontleend.
(de
God de
alle
gebied en dus ook op dat
lichtstraal,
de wereld der tonen enz.)
Schepper en de onderwijzer op
de
is
Wat
valsch.
De mensch heeft God nagebootst en God blijft de opperste Kunstenaar. Denk ik me nu, dat Aeschylus eene school van jongeren heeft gehad, die hij een drama leerde opstellen
;
en nu vind ik een drama en ik bezie dat.
dan de conclusie ging trekken, dat
als ik
doch dat het aan handelde
drama
niet
ik onredelijk.
Zoo ook
hier. Juist
maar een kunstgewrocht moet
De
zijn
van
om
zijn,
—
dan
het schoone der symmetrie en der
niet het
werk van een mensch kan
God den
conclusie moet deze
Maar,
van Aeschylus kon
een van zijne leerlingen moest worden toegekend
harmonie moet geconcludeerd, dat het Kunstenaar zelven.
dit
zijn,
Heiligen Geest, den Oppersten
zijn,
dat, als het niet-symmetrisch
was, het dan ook niet van den Heiligen Geest kon zijn. Als we nu dat heele stuk van af Cap. VI willen indeelen, dan vinden we
ook
hier eene trilogische indeeling
VI
—
„
VIII
„
XI
— —
Cap.
:
15
VII
:
17: de zes eerste zegelen;
XI
:
14: de zes eerste bazuinen
XIV
:
5
:
de zevende bazuin met wat zich daaruit verder ontwikkelt.
En
als
we nu
in
deze 3 tafereelen weer eene
incisie willen
we, dat deze 3 deelen betrekking hebben op drie materiën,
toond worden
maken, dan zien n.1.
dat ons ge-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's