Dictaten dogmatiek. Locus de Magistratu, Consummatione Saeculi - pagina 377
college-dictaat van een der studenten
§
De magistratu tamquam
11.
349
ministro Dei.
om
kerkers te bezoeken en van den ernstigen toestand gebruik gemaakt
hun
ze nog tot bekeering te brengen.
De bewering,
men
dat
als Cliristen
wanneer de vrouw
zeker,
vergeven moet
of het kind
rechter vergeeft het den moordenaar niet en
bidt niet
hij
Zeer
reeds weerlegd.
is
van eenen rechter vermoord
is
en de
„Vergeef ons onze
:
schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren," dan zou daardoor zulk
een rechter toonen, dat
aangedaan, maar nooit mogen
zelf is
maiestatis
laesio
De
B.
Wat
o o
r
o
1
dit
argument van
we
vergeven, wat
God
is
God
aangedaan.
Het vergeven daarvan staat
Divinae.
niet
alleen.
g.
van oorlogvoeren
recht
het
et iustitiae
God
aan ons, maar aan
Doch
is.
Immers wij mogen wel en moeten vergeven, wat ons
vergeving gaat niet op.
straft
de genade verachterd
in
hij
kunnen we korter
betreft,
zijn,
omdat de
men geen oorlog mag voeren, eenvoudig door de omstandigheden gelogenstraft. Geen rijk waagt het ooit ongewapend te blijven, altijd
bewering, dat gedurig
is
de vrees voor invallen van anderen bestaan.
blijft
doodstraf ook in de praktijk
oorlog
mag
doorgedrongen,
is
is
Terwijl de theorie van de
de bewering, dat men geen
voeren, tot nog toe alleen in theorie en niet in praktijk verkondigd.
Dat het recht van oorlogvoeren metterdaad door God aan de Overheid toegekend evenals het recht te
te sluiten,
plachten de
is
Ouden aan
toonen, doordat in
lo.
de
Wet van Mozes
oorlog gegeven
aan Jozua
zelf 3o,
Christus
40.
In
er
den
Deut. 13 en 20 van
Godswege
regelen voor den
zijn.
doordat Jozua door
2o.
is
om verbonden
God
de Jordaan
bij
wordt Zelf van
strijd
tot krijgsoverste is aangesteld,
in
en dat Christus
de gestalte van een krijgsoverste verschenen
als krijgsheld
geteekend, die den
Gods
strijd
is.
voert.
David tegen Amalek en de Kanaanitische volkeren,
door het volk Gods oorlog gevoerd.
David, de
man
naar
Gods
hart,
heeft zijn gansche leven lang tegen de omliggende volkeren oorlog gevoerd.
Wat de bewering wegviel,
zij
betreft, dat dit alles bij
opgemerkt, dat
hoofdmannen over honderd zij
in
de
die
functie,
zij
woord van reppen,
dat
Paulus zelf heeft
het
de Joden
in
zijn
in
den overgang
tot het
Christendom
de dagen der Apostelen Heidensche
officieren,
zich tot het Christendom bekeerd hebben, terwijl
bekleeden, blijven, zonder dat de Apostelen er een
ze, nu bekeerd zijn, hun ambt moeten neerleggen. Romeinsche leger bescherming gezocht, toen hij door leven bedreigd werd. Op de verwijzing van de Mennonieten bij
11, de bekende profetieën zooals „zij zullen hunne zwaarden hunne spiesen tot sikkelen het eene volk zal tegen het andere volk geen zwaard opheffen, en zij zullen geen oorlog meer leeren (|es. 2 4.)"
naar Jesaja
2,
9 en
slaan tot spaden, en
:
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's