Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 412
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Prima.)
394 Die
wordt ons geleerd
Tlieodicee
zenuw en kracht Hand. 3
in
19
:
— 21
in
keling
van
Gods,
die
waar de
5
—
12,
Cor, 15
1
:
van de gerechtigheid
monds
zijns
28.
verband hiermee een enkel woord over de beteekenis van den hemelvaart.
In
Die hangt met de
iustitia
maar de ühq
vidu,
roü
Omdat
Dei onmiddellijk saam.
de
y.y^p'^7ro-j,
Ki(py.'Ar,
Hij
is
een indi-
niet
daarom moet
o-Gj/iarcc,
Tz~j
bij
de ongelijkheid van den evenaar onmiddellijk ophouden, als het absolute
Hem
aan
voltrokken
wachten op de die straks
het
Zoo
is
Hem
malum
Christus niet
maar ze moet on-
de hemelvaart ons eene openbaring van de
iustitia
het oordeel over heel het menschelijk geslacht zal komen.
bij
„daarom" van
kwam
Dei
Daarom kan de verhooging van den
is.
ax;>taA:>^w en de palingenesie der wereld,
middelijk optreden. Dei, In
Voorts
vanden
waar de geheele ontwikdie
door den Geest
zal
welker
plaats,
r?,: StKxt:cr6yr,cxLT:j.
eindelijke palingenesie
:
den ongerechtige verdoen
straks in
21—26, eene
:
hSa^iu
v.c
kwaad geschilderd wordt, maar ook
het
en eindelijk
28,
:
Rom, 3
wordt gesteld; 2 Thess. 2
uitzicht
ycó<Tfj,cc
Matth, 19
;
in
de uitdrukking:
in
ligt
2
Fil.
:
9
ligt
hier de uitspraak
krachtens de
:
iustitia
de mate der verhooging naar de mate der zelfverloochening, beide
waren „uitermate". Eene
g.
opmerking aangaande de
laatste
Uit de iustitia Dei vloeit namelijk
over God.
Maar wel
ook voort een
Niet natuurlijk in dien zin, alsof de
De mensch
eischen had.
te
Dei biedt ons den overgang
iustitia
de veritas et veracitas Dei.
tot
blijft
die Souverein
heeft
eenmaal geschied
recht van den
mensch
mensch tegen-
in zichzelf iets
van God
creatuur tegenover den absoluten Souverein.
aan
zijn
zijnde, is het eisch
creatuur een recht toegekend. En dat
van de
dat de Heere over-
iustitia Dei,
eenkomstig dat recht handelt. Ontstaat daarbij de
schijn, dat
God hem
dat recht
schonk, dan mag het creatuur dat hem van Godswege toegekende recht van
niet
God komen Dat
recht
nu,
ordinantiën die creatuurlijk
mensch naar
Geen
vragen.
primordiaal recht dus
;
dat
is
door God aan den mensch toegekend,
God
voor
's
menschen leven heeft
En nu
bestaan.
is
God
als
God
die ordinantiën te laten leven.
alleen in zijn
God
besteld, de wettten
voor
verplicht en gehouden,
En ook,
als
God
zelf.
de gezamenlijke zijn
om den
naar zijne
vrij-
machtige beschikking loon gesteld heeft op eenige daad des menschen, dan het
menschen
's
Om
dit in
en
gij
ons
;
zult
recht,
na volbrachte daad,
den wortel leven"
te grijpen, lette
Christus
heeft
om
men op
is
dat loon te vragen. het
„dat" gedaan
;
woord van God Hij heeft het
:
„Doe
dat,
gedaan voor
bijgevolg hebben wij recht op het eeuwige leven, op grond van de vol-
doening van Christus. Dit
denkbeeld
wordt
in
de
Heilige Schrift het duidelijkst uitgedrukt door
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's