Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 785
college-dictaat van een der studenten
Hoofddeel Hoe
§
V.
De
toegebracht
op de gansche aarde" sloeg op den lofzang doormenschen Gode over de geheele
echter niets van; denk u
mond Gods
wier
uit
gansche wereldrond.
't
vatte het dus op, alsof het „o Heere onze Heere, hoe heerlijk
berijmer
Uw Naam
95
decreti.
vromen mond
heerlijk rolt uit aller
Die groote naam op
is
De natura
4.
den
in
Wie
wereld.
lof vloeit
tijd !
woorden zóo
die
verstaat, vat er
van David vromen over de geheele wereld,
De
bcrijming bestendigt de verkeerde inter-
woorden door zoo menigeen. Het is wel zoo, dat thans overde geheele aarde menschen wonen, die Gods lof zingen, maar toch hebben Gods kinderen zich veeleer te beschuldigen, dat zij te weinig Gods lof zingen, dan dat die lof „rolt" uit hun mond. Men ziet dus, hoe scherp die tweeërlei eere Gods in het oog moet gehouden worden de eere, die Hij zelf heeft van wat Hij schiep, en de eere, die Hem door Zijn bewuste schepsel wordt toegebracht. Geheel de H. S. door vinden wij altoos de aanmaning om God te loven dezer
pretatie
:
;
van
hooren wij die stem reeds uitgaan naar de volkeren, dat eens
Israël
uit
menschen Gode dien lof moeten toebrengen. Hoe hebben wij nu dat lofzingen te beschouwen ? bereiken van het door Hem zich voorgestelde doel ?
alle
Dei,
gloria
al
zij
't
ook voor een
brengen door
en
„Zijnen
lof
is
deel, ontstaat? vindt
gedeeltelijke verwezenlijking? In hoeverre
kunnen
nog grooter maken"
ons danken, bidden en zingen Gode
iets
het een
Is
Gode doen
het daaruit dat die
zij
daarin,
zij
menschen Gode
wij
zooals Ps. 71
toekomen
:
't
ook
lof toe-
14 zegt? kan
? zou Hij voor Zijne
eere iets missen als die lofzang niet opging?
Antwoorden
bevestigend op die vraag, dan houdt het op enkel middel
wij
want dan behoort Reeds daarom kunnen
ste gedeelte
Zijne glorie,
de gedachte opkomen
toe
denkt
:
op
in,
antwoorden.
lof,
Zij,
zijn
zij
Stellen
ook slechts voor éen duizend-
met de voorstelling der Heilige
hij
tot
die
niet
Gode
God
God nu van mij ontvangen", maar hij God is, die door den Heiligen Geest hem
;
zoo ook
fluit",
de mensch
nog zoo met
is
fluitspeler als hij speelt, niet is
dan de
het als er onder fluit
holle klanken zingen
de ware aanbidders iets
De waar-
eens waarlijk danken mag, geen oogen-
„dat heeft
:
„dat ontvang ik van die
speelt.
dat
het
bekwaamde en verwaardige. Evenals de
aanbidding opklimt
Gods
is
natuurlijk geheel in strijd
is
heeft integendeel de ervaring, dat het er
al
doel in het besluit.
zin
en komt evenmin overeen met de ervaring der geloovigen.
achtig geloovige gevoelt, wanneer blik
Gods
tot
toestemmenden
zou moeten krijgen van ons, dan was Hij voor Zijn doel van ons
afhankelijk, en dat Schrift
wij niet in
God
wij het ons voor, dat
ook
het lofzingen
te zijn,
;
zij
zijn
en
God
menschen
degene, die er
van het „rollen" van
Arminiaansch en beelden zich
toebrengen. Het ware loven
is
niet iets,
waarvoor God
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's