Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 741
college-dictaat van een der studenten
:
Caput
De
III.
M ediatoris
Persona.
§
7.
De unione naturarum.
39
Tegenover de Lutherschen moet dus streng volgehouden geen omni- of multimet een grootere dispositie der nienschelijke natuur. Tot de charismata behoort :
praesentia,
de adoratio, die ons voor deze quaestie
b.
stelt, of alleen de Zoon van God ook het vleeschgeworden Woord. De adoratio wordt gerekend de charismata. Een koning wordt door God met majesteit
mag aangebeden bij
of
bekleed en
IS
zelf
h.j
een verdorven man,
toegebracht.
Die
hulde
is
de kroon, die
dus een charisma;
persoon, maar wat accessoir in
om
bij
iets
hij
wat
persoon bijkomt.
zijn
niet geschiedt
-
Een vader
omdat God majesteit op hem gelegd
huis,
al
moet hem hulde
draagt,
om
zijn
heeft hulde
heeft; hij ontvangt die hulde dus broodwinner voor zijn gezin; niet als liefhebbend man en vader maar om die door God hem gegeven majesteit. Ook de hulde, aan een koning bewezen, komt niet hem, maar God toe; als men voor den troon knielt knielt men met voor den koning, maar voor God. En daarom spreekt men den'koning ook aan met „Uwe Majesteit"; men let niet op den persoon, maar op de godde-
met
als
lijke
majesteit,
die
menschehjke natuur
Hoe Er
is
hem
-
aankleeft.
betreft,
de adoratio
Zoo nu ook komt als
Christus,
wat de
een charisma toe.
deze adoratio nu op
zijn hierbij
te vatten? twee mogelijkheden :
men aanbidt den tweeden Persoon van de Drieëenheid dempta abstracta humana natura; dit is de Nestoriaansche zienswijze; men denkt het schepsel weg en brengt eenvoudig hulde aan den Schepper óf men aanbidt den Christus als hebbende in zich óf
dat
•
de goddelijke en menschehjke natuur zóó vereenigd, dat daaruit een tertium quid ontstaat, en omdat nu dat tertium quid ook de goddelijke natuur is, daarom brengt men er hulde aan. Dit is Eutychiaansch.
m
Noch
het
een noch het ander wil de Geref. Kerk. Wat het Nestoriaansch zegt de Kerk, dat het dan geen charisma is, maar aanvan een der Personen uit de Triniteit dat daardoor dus feitelijk
standpunt aangaat, bidding
de
;
adoratie van den Middelaar genegeerd wordt. Ook het Eutychianisme, de leer van het
tertium quid, verwierp de Kerk
omdat wij dan geen Middelaar hebben, die tot God boven God staande; want heb ik een Middelaar,
beslist, iets
leidt,
maar een derde men-
die de goddelijke en
schehjke natuur te zaam vereenigd bezit, dan en is dus de Triniteit vernietigd.
God
is
deze Middelaar perfectior dan
Het Gereformeerde standpunt was daarom (cf. Voetius Disp. D. I pag. 520 sqq.) 1 de adoratio als x^pc^r^x komt niet aan den tweeden Persoon in de Drieëenheid toe, want die heeft Hij per 5^, jure suo, maar aan den Middelaar, en wel zóó 20 dat de geheele Middelaar aangebeden wordt, niet enkel naar zijn goddelijke, maar ook naar zijn menschehjke natuur, alleen met deze bepaling er bij dat Ik nooit een abstractie mag maken van de menschehjke natuur, om die geschapen menschehjke natuur dan te aanbidden neen, aan den Middelaar die de menschelijke natuur aannam en eeuwig zal bezitten en die niet gedacht
-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's