Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 908
college-dictaat van een der studenten
;;
Locus DE Christo (Pars Tertia).
92
De
van David en Saul kan nu nog
quaestie
maar
om
wij weten, dat toen Israël
daardoor
den breede besproken,
God
dit
afkeurde, wijl
van Christus zou gedegradeerd worden.
type
als
koningschap alleen
het
Bleef
koningschap
het
niet in
een koning vroeg,
figuratief (doordat het volk
een republikeinsche
regeeringsvorm hield) evenals het priesterschap, dan stond het hooger. Maar het volk
wil
dit
niet
het
;
een koning niet
vraagt
het
uit
rijk
der genade maar
dat der natuur.
uit
Ook deze schap
trek
dus
leidt
tot
het paradijs terug. Zijn priester-
een priesterschap ter verzoening,
niet
is
Melchizedek
bij
schap, een uiting van het natuurlijke leven
Voorts komt
—
van Melchizedek
dit priesterschap
maar evenals
zijn
koning-
het paradijs ingezet.
in
niet
op door een bizondere
bij Abram, waar God hem riep uit Ur der Chaldeen ook hij was priester des Allerhoogslen toen hij bad voor Sodom en Gomorrha verrichtte hij priesterlijken arbeid naar Maar bij Melchizedek is van die roeping geen spoor. zijn priesterlijke roeping. Hij treedt op niet als een „geroepen uit zijn volk en land", maar als een ge-
roeping of openbaring Gods. Die bizondere roeping vinden wij wel ;
woon volkshoofd in
laten wij in bet
midden
twee kleine stadjes Jebus en Salem, die
uit
geval waren het geen Semieten). te
(De quaestie
der Kanaanieten.
Jerusalem woonden,
;
doen
niet uit het rijk der
de Jebuzieten toen reeds
mogelijk bestond Jerusalem
saamgevoegd
later zijn
Nemen hij
wij dit saam,
een
in
elk
genade maar door natuurlijken voortgang
uit
het
wiens
priesterlijke
dan krijgen
wij dit resultaat
:
Zooals Melchizedek optreedt,
die zijn priesterschap lijnrecht uit het paradijs afleidt uit
priester,
de algemeene genade
;
wien van verzoening of offerande geen sprake
bij
bediening volle
realiteit
bezit
;
ze
van
hold,
geestelijk
door
priesterschap laatst
—
in
ontbloot
leven
God
—
maar toch een
zelf in het paradijs ingesteld.
deze aanminnige verschijning een spoor van
is
wel onzuiver (want
is
hoe zou de gevallen mensch het priesterschap voortzetten
't
;
Wij hebben dus hier met een priesterschap
der schepping opgekomen.
rijk
is
of ;
?),
van binnen uitge-
laatste gloor
van het
Hier hebben wij voor 't
scheppingspriester-
Heidendom om „Gott widrig" te worden. De Roomsche voorstelling. De Roomschen hebben zich altijd op Gen. 14 beroepen voor de Mis en gezegd, dat daar duidelijk van de Mis sprake was
schap
dat
daarna verdwijnt
deze woorden
in
nam
sacerdos
:
\vbv
bv(b ]r\b
Dei altissimi
in
't
Nim |n dp6
erat.
Zij
chizedek offerde brood en wijn, want Hiertegen geldt echter het
nam
allen
dat er niet
1^
grond mist
;
2^
N>'1n,
wat de Vulgaat vertaalde
vatten deze plaats dan aldus op hij 'p
dat uit de
was een
priester
:
Mel-
Gods.
maar deicopulativum, zoodat woorden genoegzaam blijkt, dat er
staat,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's