Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 504
college-dictaat van een der studenten
LOCUS DE FOEDERE.
llO
de natuur der zaak, maar evenzeer e beneplacito Dei. Ook dit eciiter is weer geen willekeur, maar de menschelijke natuur is door God aangelegd op den
band tusschen wetsvolbrenging en loon. Vandaar dat voor ons besef het denkbeeld van iets verdienen, niet vreemd is maar eigen. Krachtens onze natuur :
we van iemand
verlangen
wetsvolbrenging
God, maar
door
is
moet tengevolge
God
wanneer we
dat,
daarom
is
Dat
natuurlijk.
voor hem doen.
iets
ligt
niet in
alzoo besteld. Het leven
Loon op
een lex aeterna achter
gehoorzaamheid aan God
in
Itebben, dat het ons heiligt en zedelijke vastheid geeft.
In
't
Omgekeerde heeft plaats bij de zonde. Men wordt ten slotte slaaf der zonde. Zoo wordt hier de heiliging hoe langer zoo gemakkelijker. De volkomen zekerheid in het zedelijke eerst
is
leven
is
nog
het
Ten
moeilijk.
slotte gaat het vanzelf,
met de zedelijke wereldorde. Het eeuwige
het opheffen van allen strijd
non posse peccare
leven, het
anderen
kant
is
is
ook een
het
het
't
ophouden van de verzoeking. En van den
regel onzer natuur, dat de uitwendige staat
aan
den inwendigen moet beantwoorden. Dat een nobel mensch lijdt, hindert ons, evenals dat een goddelooze triomfeert. Daarentegen genieten we in het geluk
Zoo behoort ook voor ons
der rechtvaardigen en het zinken der goddeloozen. besef
een
den
bij
hoogen dige
Christus
van heiliging
trap
moeten
staat
het
Als
gestalte.
strijdige
der heerlijkheid en
leven
Waar
beantwoorden.
omvat moet
't
natuur
niet
vreemd klinken. Doch dat
voort,
maar
ook een hooge
uit
is
de
Man
van smarte
daarom de mensch door wetsvolbrenging op een gekomen is, zal daaraan ook een hoogere uitwenstaat
het eeuwige leven de invariabilitas
van heerlijkheid
Dat kan voor onze
zijn.
vloeit niet vanzelf uit een lex aeterna
het beneplacitum Dei.
De
bepaling van het Werkverbond
is
een verbondsbepaling, die als conditie van het verbond gesteld wordt.
V.
De volgende
Behalve
van
observatie handelt over den arbor vitae.
kennisboom
den
is
er in het paradijsverhaal
ook sprake van
boom des levens: n.1. in Gen. 2 9 en 3 22. Nu is de moeilijkheid deze, dat men dien boom des levens heeft genoemd het sacrament van het foedus operum. Nu vinden we in de twee genoemde hoofdstukken nergens een verbod, dat de mensch van dien boom niet zou mogen eten. Men mag dus aannemen, dat ze er van gegeten hebben. Maar hoe is dat dan te rijmen met de woorden van den Heere God „Ziet, de mensch is geworden als onzer een, kennende het goed en het kwaad Nu dan, dat hij zijn hand niet uitsteke en neme ook van den boom des levens en ete, en leve in eeuwigheid ?" De kennisboom maakt den indruk van te zijn geweest de prachtigste van een
:
:
:
!
heel
den
hof.
van cap. 3
te
Hij trok het
denken
:
oog
tot zich
en boeide.
„En de vrouw zag, dat
die
Zoo
iets
toch geeft vs. 6
boom goed was
tot spijze,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's