Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 477
college-dictaat van een der studenten
Hoofdstuk
Het Dogma de Sancta Trinitate.
I.
43
n. 1. de Kabbala en de Talmud, en het hoofdverschil tusschen deze beide ligt daarin, dat de Talmud is de Rabbinistische exegese van de wet en de Kabbala de exegese van de geloofsmysterieën dus de eerste meer ethisch de tweede meer dogmatisch. Omtrent het ontstaan van de Kabbala is niets met zekerheid bekend. De
Rabbinisten tweeërlei
;
Joden hielden hem stipt geheim, en eerst in de 13de eeuw heeft Picus van Mirandola hem bekend doen worden. Later gaf de paus last tot publicatie, uit vijandschap tegen de Joden en om door de potsierlijke leeringen die er in voorkomen hen in een bespottelijk daglicht te plaatsen.]
Daarin
een boek genaamd
is
in'x
(licet,
splendor, wij zouden zeggen
waarheid"), dat zeer oud schijnt en waarschijnhjk afkomstig
der
eeuw na Chr, Rabbijnen
den
in
tijd
„licht
de
2'ie
van de opkomst der Christelijke kerk en biedt
ons tevens het bewijs, dat de hoofdrabbinaten niet
:
uit
boek verschaft ons dus eenige gegevens omtrent wat de
Dit
leerden
is
te
Jeruzalem, Tiberias
etc. zich
aan het Oude Testament hielden, maar philosophische leeringen onderschoven,
evenals Schleiermacher de pilosophie van Schelling heeft ondergeschoven aan
Die Rabbinisten waren
de Openbaring.
in
aanraking gekomen met de beginselen
in
geloovige kringen opgegroeid, maar, uit
de philosophie, voelden
zij
den
band met het geloof der vaderen verslappen, en daar zij toch met niet wilden breken, gaven zij eene nieuwe leer onder de termen der oude begrippen. Zoo zijn de monotheïsüsche uitdrukkingen in de Kabbala uit den tijd vóór hun aanraking met de Grieken, de andere, meer emanatisü-
innerlijken
dat
geloof
sche,
zijn
drieërlei
hun 2de periode.
uit
emanatie
uit
't
dat
In
Goddelijk
emanatistische
deel
nu
stellen
zij
Wezen, zoodat we ook daarin weer een
zekere ternaar hebben. dat
Uit
de
buiten
feit,
dat
op zekere hoogte Kabbala
de
daarin een ternaar
is
wilde
men gaan
bewijzen, dat ook
eene voorstelling van de Drieëenheid zou
tot
bewijzen
waren dat de mensch van nature
van het Goddelijk Wezen komt. een
is,
openbaring der Heilige Schrift de natuurlijke Godskennis reeds
bewijs
hebben voor de
Was
Triniteit
;
tot
zekere opvatting
dat inderdaad zoo, dan zouden
nu
alles
wat
zij
hebben
alles
deze
maal
verschijnselen al
bij
ternarisch
op
ternaar een vaste
ons
andere
te
vatten, is
in
en
weg
en
beteekenis dan die wij reeds een
de ternaren vonden, dat
vorm
niet verder leidt
geene
we hier
geven echter ontleend
aan de Schriften des ouden en Nieuwen Verbonds, valt dat bewijs
vorige
tot
leiden, alsof in
in
den mensch een drang
is
om
wordt dus ons resultaat bevestigd, dat de
het menschelijk denken,
maar dat
dit verschijnsel
dan den denkvorm.
Slaan wij een blik op de Perzische, Egyptische en Babylonische mythologieën en theogonieën, dan vinden wij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's