Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 864
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Tertia.)
174
antwoord der
het
luidt
een deel
God
Raad en
Zijn
in
kan
afhankelijk
reprobatie
val
bij
God
hoezeer ook op
spreekt
de
een deel wel, maar ook bij
de beslissing hierin
als
God souverein on-
de reprobatie, zóo echter, dat
in
verzinken
alle
met de bijbehoorende
electie
deze beslissing
in
en zulks wel ook
is
zonde en
in
:
de doorvoering van Zijn Raad van den mensch
dan
zijn,
dat
uit,
afhan keiijk alle
ontkennend
Schrift
en wordt nu verder gevraagd of
niet,
in tijdelijke of
eeuwige ellende,
éen punt aan Gods souvereine beschikking ont-
niet
trokken, nochtans nooit dan met een sua culpa in den
baar dit
zonder dat de H.
is,
Deo en
moderante Dat
oplost.
spraken: besef,
tot
leidt
het sua culpa van den
de H.
in
mensch denk-
ons de schijnbare tegenstrijdigheid tusschen
S.
S. tot
mensch
of
den engel
tweeërlei reeksen van uit-
opwekking van het diepste schuldde onverbiddelijkste veroordeeling van alle zonde en tot eenerzijds tot de
de gestrengste prediking van boete en bekeering, alsof het metterdaad in
menschen macht stond om vóór of tegen God te kiezen maar tot een handhaven tegenover dit sua culpa van de
's
;
ook anderzijds
volstrekte souvereiniteit Gods, God van nu
in
die elk denkbeeld, alsof
Zijn schepsel afhankelijk ware, absoluut uitsluit.
En overmits
de praedestinatie met de enkele personen slechts als leden van
een lichaam gerekend wordt en tot achter den eersten oorsprong der zonde, ja tot achter de schepping van het creatuur en tot in het voor-
nemen om
dat creatuur te scheppen
de
op deze
H.
S.
schepping
de
lijn
slechts rust in de voorstelling, dat niet alleen
der creaturen, maar ook hun
van dien val en het eeuwig wel
of
eeuwig wee voor
door God besteld
Gods om
lot
aller
van wie
val en de gevolgen
er in viel, hetzij tot
dingen aanvang door
eeuwig
God gedacht
en
door niets anders gemotiveerd dan door den wil
is,
Zijn eigen
openbaren en
moet worden teruggegaan, vindt
c/.pcrxl
en wel bijzonder Zijne
Sjux^w.i:
en
iAiiu-
te
te verheerlijken.
Deze ontzettende andere strekking dan
voorstelling heeft
om God hoog
de H.
in
S.
doorgaande geene
majesteit te stellen, alle inbeel-
in
ding en hoogheid des menschen neer te werpen, en door het onvoorwaardelijk ten dienste stellen van den mensch, evenals van elk ander creatuur
aan
de
eere
van alle religie zijds,
die
zonder
over
alle
poging
Gods,
eenerzijds het
onuitdelgbaar
in
te
zelfs tot vergelijk,
zonde gaat
het
diepste beginsel
prenten en nochtans anderer-
even volstrekt
fundament
zedelijke verantwoordelijkheid
in
den vloek,
van des menschen vast te leggen, krachtens
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's