Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 747
college-dictaat van een der studenten
Caput
De Mediatoris Persona.
III.
Deze Luthersche
nu
stelling
Het beeld van het
10
ijzer
De Alomtegenuroordigheid Gods ook
is
licht
iegelijk
mensch,
ja zelfs in
daarentegen vuur neem en
ijzer
ijzer
een zoodanige Alomtegenu^oordigheid, dat
een boom,
ijzer
in
een blad,
in
ook
een steen
en deelt
gebruikt,
niet
kan er dus
en
dingen
alle
is.
Wanneer
zelf
en afgeschei-
dan dringt het vuur
het
in
gloed aan de moleculen mede. Dit beeld kan van de Alom-
zijn
tegenwoordigheid Gods dus in
zij
het lichaam
in
daarnaast, dat zijn vuur en gloed niet alom-
leg ik nu het ijzer in het vuur,
;
toen
ijzer,
van het vuur had doorgelaten.
tegenwoordig, maar gebonden aan een bepaalde plek, op zich
den van het
45
?
het lichaam van een vogel of os of leeuw en zoo
in
van een ik
unione naturarum.
en het vuur zou doorgaan, indien het
nog koud was, toch ook den gloed en het
het
De
7.
Waarom
valsch.
is
§
niet
want deze
meer indringen.
is
reeds op zich zelf
kan m.
Ik
a.
w. wel drie
nemen en daarvan één in 't vuur leggen, zoodat de andere er buiten zijn, maar ik kan niet drie menschelijke lichamen nemen, zoodat de Alomtegenwoordigheid Gods wel in Jezus, maar niet in Petrus en Johannes is; zij is ook in de twee overige. De Alomtegenwoordigheid Gods is dus niet, gelijk gloed en hitte, gebonden aan bepaalde objecten, maar werkt zonder geleider en is eo ipso in elk object, in elk instrument en op elke plek. Zeg ik dus, dat de omnipraesentia lucet in, cum et per carnem Christi, dan zeg ik óf niets want ook in, cum et per piscem lucet omnipraesentia of zeg ik wel iets, dan bind ik de werkingen Gods aan een bepaald object, aan een geleidend instrument. Bind ik echter de werkingen Gods als die van een telegraaf aan een stukken
ijzer
—
—
dan vernietig
geleider,
de omnipraesentia Dei.
ik
En nu de tweede
20
fout
een metaal en dies anorganisch
IJzer is
:
;
het
bestaat uit onderling gelijke moleculen. Spreek ik dus van een lucere der omni-
Dei
praesentia als
Ik
lijk.
verbrand evenals
et
per corpus
doen door
dit
een
ik
cum
in,
kan
lichaam,
dan
houd
de ontbinding van een
bij
cum
dan neem
Christi,
ik het
corpus Christi
zeggen, dat het lichaam bestaat
te
niets
ik
dan anorganische
Daarentegen, zeg
lijk.
ik
:
uit
atomen
;
stoffen over,
omnipraesentia
humanam, dan heb ik niet met een lijk of met anorganische atomen te doen, maar met moleculen, zooais zij in een menschelijk organisme bestaan, en ten tweede niet met het lichaam alleen, maar ook met de ziel en hare vermogens. Daar, waar ik dus te doen heb met een Dei
lucet
in,
et
per naturam
met de anorganische dingen weg. Alle diemen aan de anorganische natuur ontleent, ijzer en vuur, wateren wijn etc, moeten dus op zij gezet, omdat wij met een organisch object te doen hebben.
organisch
leven, valt alle vergelijking
vergelijkingen,
Wat
geeft de Luthersche
Naar wat
voorgeeft
zij
Kerk nu voor en wat doet schijnt
het,
alsof
zij
zij
feitelijk
?
de goddelijke eigenschappen
alleen voor de goddelijke natuur behoudt.
Quemadmodum, urendi
ook
.
niet
.
sed
zegt illa
zij,
in
ferro
caudente non duplex
est vis, lucendi et
vis lucendi et urendi est proprietas ignis
—
zoo
is
er
een dubbele Alomtegenwoordigheid, maar ééne, die een eigenschap
is
.
.
.
.
der goddelijke natuur; maar ze „lucet per
humanam
naturam".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's