Dictaten dogmatiek. Locus de Magistratu, Consummatione Saeculi - pagina 601
college-dictaat van een der studenten
§
deze tegenstelling
Juist uit
Wij,
standpunt.
rechte
die
men
een getuige van Christus
Na 324 moest Rome Christus'
de hemelen.
in
Dat
de rechte toestand. Dan
is
vrede als
in
druk
in
als
de wereld staan.
in
een heele ommekeer komen, toen
er natuurlijk
werd binnengedragen en
kruis
een zondig motief.
de pauze leven, moeten niet leven een leven
in
blijmoedig zijn en zoowel
vervolgingen
in
uit
het leven der christelijke kerk volgt het eenig
uit
op deze aarde, maar een leven zal
125
signis praecursoriis.
dus komt de voorstelling voort
malen
Beide
hebben.
De
4.
in het
vervolgde
het wereldrijk een christen-
werd.
rijk
dagen komt dan ook
In die
toch
kan
gevaar
te
spiritualisme
kerk
loopt
in
met dien
van zaken geen vrede hebben en de
staat
maar zoekt
verwereldlijken,
Het
strijd op.
de kerk een zeer begrijpelijke
hare beste tolken een
in
zuivere positie in te nemen.
Augustinus
metterdaad gaf
man
de
is
den toon aan voor de positie der kerk, een
hij
nog heden ten dage
zij
geweest, die daarvoor den toon heeft aangegeven en
ling
met Hesychius
we
die
verkeert.
(No. 79
De
gewone
aanleiding daartoe
ed.,
W.
lezen, stellen ze eenigermate teleur.
brieven
was
198 Benedictijner
De
positie,
waarin
zijne briefwisseeditie).
Wanneer
heele kwestie loopt
over twee vragen. 10.
of
Christus berekenen kan ?
men den dag van de toekomst van
Hesychius meende, duizend
jaar
was
;
dat
dit
kon
wel
en
dan
wel aldus, dat één dag
dat de wereld in zes dagen geschapen
was en
als
dat ze dus
zesduizend jaar bestaan zou.
Daartegen begint Augustinus met de leuke opmerking, dat er eene verschillende opgave voorkomt
in
den Hebreeuwschen codex en
in
de Septuagint. En
gaat daarop beide na en komt dan tot de ontdekking, dat Christus dan
hij
zou moeten gekomen
al
zijn.
Doch, zoo vraagt nu Hesychius,
in
de tweede plaats
:
waartoe dan de signa
praecursoria, als die signa niet praesignant?
En hierop antwoordt Augustinus weet men, dat
neemt
hij
het
einde
nabij
is,
§ 45 van den derden brief: dan eerst En dan als al de teekenen vervuld zijn. in
daaronder de komst des Heeren
zelf,
Maar
dit is natuurlijk foutief,
want de teekenen gaan aan de komst des Heeren vooraf. Zelf gevoelde dit en daarom bracht hij deze wijziging aan, dat Christus niet alleen komt den jongsten dag, maar steeds komende bij
zulk
eene
opvatting van het
is in Zijne kerk als „in nube."
komen des Heeren,
als reeds
hij
in
Doch
begonnen met
komst dan ook geen signum praecursorium meer. Eene nieuwe poging om vasten grond onder den voet te krijgen waagt het het Evangelie moet in § 46 en dan neemt hij dit als het zekerste teeken aan
den Pinksterdag,
is
zijne
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's