Dictaten dogmatiek. Locus de Magistratu, Consummatione Saeculi - pagina 255
college-dictaat van een der studenten
§
God
Aldus handhaafde
De
8.
origine magistratus.
wat
alleen
niet
ook Zijne Goddelijke sanctie en
227
maar
Hij stichtte,
Hij verleende er
autoriteit aan.
DeOrdinantiënaanNoach.
1.
Gen. 6
In
maar
instelt,
eerst
de
wortel en de bron
De
der Overheid opkomt.
kracht hiervan
uw bloed eischen
zal
gezegd
heeft,
versterkt
door menschen.
en den
pag. 38),
(cfr.
ligt,
waaruit het Goddelijk karakter
ligt
in
S^^en
den
persoon
1
e
persoon van
om Gods
wil
is,
vs.
6 Ik
Nadat God
in vs. 6.
dat
't
dit
geschiedt
Zijn beeld
gemaakt
heeft.
Terwijl nu de zaak
God den moordenaar straft om Zijnentwille, God het doen zal door Zijnen bliksem of
zijde bezien wordt, dat in,
door besmettelijke
dat
niet
ziekte
of
zal
maar dat
dergelijks,
iets
moordenaar door den mensch
God
deze plaats gewichtig
Het bloed van een vermoorden mensch moet gezocht worden,
tusschen
er
staat
is
het 2, dat het
Hij
omdat God den mensch naar van Gods
de rechtstreeksche Goddelijke ordinantie, die Goddelijke ordinantie de Overheid postuleert
als
Voor de Gratia Communis
en qualificeert.
omdat daar
we
5 en 6 vinden
vs.
de Overheid
niet
het
zegt 10 dat op aarde macht moet uitgeoefend, waardoor Hij
doen voor de schending van Zijn beeld 20 dat dit geschieden zal door
van den
bloed
vergoten worden.
wrake
zal
den mensch.
in
den mensch.
Dit nu kan niet door eiken
mensch geschieden, want dan zou er weer een moord plaats grijpen en daardoor weer een moord noodzakelijk worden, welke concatenatie van moorden eerst zou eindigen, wanneer alle menschen op aarde vermoord waren. Daaruit volgt, dat aangewezen personen dit doen kunnen en niet iedereen, maar zoodanige menschen, die dit doen, zonder dat het voor hen een moord is. Deze gedachte doet de magistrale macht gevoelen, de instelling, de aan-
van
de
en
stelling
een
ordinantie voor den magistraat.
menschelijke
niet
ziel
met de woorden „om Gods
verband
naar Gods beeld geschapen
aanwijzing
De
dan
tov Kï^ptov en
dca:
volgt, dat In
zijn
(^ipo'jTcr.t
uit
leven
te
ontnemen, en wat
om is
in
beteekenis van Gen. 9 vs. 5 en 6
In
't
Paradijs
dit in
in
de duidelijke
opdracht van
God aan s^sóa-ixi
Rom. 13? ligt
wat aan Noach gezegd wordt, gezegd
vloed.
ligt
dat anders dan de
vooral hierin, dat de nieuwe orde
van zaken, die na den zondvloed intrad, geregeld werd. dat
Breng
omdat de mensch
de mensch, die zoo handelt,
de verzen 5 en 6
van een mensch, die moet optreden
schuldige
yLa.jy.ip7.'j
is,
wil,
Alleen zoo heeft het dooden
van een moord.
karakter
van jehova aldus optreedt.
opdracht
een
het
is
is
Adam stamhoofd van
na den zondvloed treedt
in
Noach
tot
Men moet
niet vergeten
de menschheid na den zond-
het geheele menschelijke geslacht
het tweede stamhoofd op.
Wat
hier dus over
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's